Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderwerpen. Ik meende .laarmede te wachten totdat de Minister z?jn laatste woord, gisteren aangekondigd, gesproken had. doch hij wenschte ze.de hij, aan het dot van de discnssie te spreken en ik wensch hem van mijne zijde daartoe de gelegenheid te laten. Indien ik mijne opmerkingen dus nu in het midden breng, geven zij den Minister wellicht aanleiding om daar. waar ik inlichting verlandie nog in deze zitting, bij dat laatste woord, te schenken

Alvorens ik hetgeen de Minister gezegd heeft over «le reden waarom dit Ministerie het vorige heeft vervangen, beschouw, zooals k uitsluitend doen zal. met betrekking tot de paragraaf, nu in t handeling, verlang ik het terrein der discussie vrij te maken Ik wensch geene persoonlijke gedachte van den Koning te discuteeren Ik beaam volkomen, hetgeen de Minister van Justitie gisteren ' ze,de dat eene persoonlijke daad des Konings niet aan beoordeel^, hetminst Iner kan blootstaan. Ik behoor niet tot diegenen. Mijn-

ïedLl ' die1V.fIangen dat een Koning geene persoonlijke

gedachte, geen persoonlijken wil hebbe; die persoonlijke gedachte, die peisoonhjke wil worden, mijns inziens, door den Koning gedis-

«T tni W' i'ur8! maar wij hebben ze „iet te discuteeren danig. Wij hebben dus. ten aanzien van de roeping van dit Ministerie. niet de meening te beoordeelen waarin de Koning die

aanvaard H' °??.e a®en' maar de gedachte, door dit Ministerie aam aai d. Hierbij meen ,k mi, te bevinden op een terrein, waaide discussie volkomen vrij is.

Zoo er zijn. Mijnheer de Voorzitter, die dit Ministerie met weerzin hebben zien komen - en ik geloof dat er zijn - ik wensch niet onder hen te worden geteld. Ik zal. vooral na de gebeurtenissen van het voorjaar van 1853, een Ministerie als dit gaarne

an if 7 Z1T .,.kan °°k niet ze^en clat sommige deelen dG ''edf va" d®n Minister ^n Justitie mij tot een,ge vooringenomenheid aanleiding hebben gegeven.

,Geen transactie, geen accommodatie." heb ik hem, en met .genoegen. hooren beloven van den geest van dit Kabinet. Hetgeen ik bovenal wensch dat is oprechtheid, dat is overeenstemming tusschen de woorden en den wil aan de eene en de daad aan de andere zijde. Men spreekt dikwerf van vertrouwen in een ministerie. \ ertrouwen, in den zin van overeenstemming tusschen het stelsel

Va" 7* en mÜn stolsel, durf ik nog „iet beloven noch

\eion dei steil en. Maar er ,s een ander vertrouwen, en dat vertrouwen wankelt op dit oogenblik bij mij nog niet, ik hoop het

l! 31 at 'S-het vertrouwen in de oprechtheid van

de politiek van dit Mmisterie. Ik geef aan een oprecht ministerie.

waarvan het stelsel strijdig is met mijne overtuiging, verre de voorkeur boven een kabinet, dat zijns ondanks op den stroom dobbert van de beginselen, die ik belijde. Ik geloof. Mijnheer de

Sluiten