Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de afdoening daarvan zou trachten op te houden. Mij dunkt, de ondervinding heeft mij gelijk gegeven. Toen in de vorige zitting drie motiën werden gedaan door den geachten spreker en door een zijner vrienden, telkens met eene maand tusschentijd, nu eens om de ingekomene petitiën aan de Ministers der Eerediensten, dan eens om die aan de Commissie van Rapporteurs te verzenden; dan weder om eene bijzondere Commissie te benoemen ten einde van die petitiën een afzonderlijk uitgewerkt Verslag op te maken, heeft men daarin niets anders gezien dan pogingen tot vertraging. Maar eene poging tot vertraging op zoo groote schaal, als nu wordt aangekondigd, terug te gaan tot het oorspronkelijk denkbeeld om de drie takken van het onderwijs gezamenlijk te regelen, was zelfs bij den geachten spreker niet opgekomen.

Ik vraag, is het uitstel, dat daarvan het gevolg moet zijn, in het algemeen belang, in den staat, waarin de zaak nu is ? Ik vraag ook, wat heeft dat plan. gezamenlijke regeling van de drie takken, gemeen met het geschilpunt, dat de politiek van verzoening op het oog heeft? Het is, schoon in de uitvoering van groote gevolgen, e'e'n eenvoudig punt, onder zeer vele; het is de vraag, die in één artikel kan worden beantwoord: zal de overheid bij de inrichting van het publiek onderwijs de verdeeldheid van kerkgeloof volgen? Wat heeft de beantwoording dier vraag gemeen met gelijktijdige regeling van de drie takken van het onderwijs? Of zou men willen, dat de afhankelijkheid van kerkgeloof niet alleen het lager onderwijs beheerschte, maar ook over de hooge- en middelbare scholen, over het onderwijs in de rechten, in de natuurkundige wetenschappen, in de industrie, wierd uitgestrekt?

Ik ben door hetgeen de Minister van Justitie ons gisteren zeide niet overtuigd, dat men, welk ook het gevoelen ware van dit Ministerie, in de vorige zitting de discussie van het ontwerp op het onderwijs niet had behooren te wagen. Indien toch discussie ten laatste moet verzoenen en in elk geval op eene of andere wijze eene beslissing aanbrengen, wellicht had die reeds in den afgeloopen zomer tot eene verzoenende beslissing geleid.

Ik vraag in de laatste plaats: of het kan gerekend worden in het algemeen belang te zijn, dat wij nog geruimen tijd blijven onder den indruk van de agitatie, die buiten de Kamer met betrekking tot het volksonderwijs is opgewekt ? Is het heilzaam, die te verlengen?

De Minister van Justitie, Mijnheer de Voorzitter, heeft ons gezegd, dat deze paragraaf van het adres voor het Ministerie „ hoogst onaangenaam" zou zijn. Waarom ? Bij de andere inlichting, die ik van den Minister van Justitie verlang, had ik ook daarvan gaarne eenige verklaring. In de rede van den Minister van eergisteren lees ik: „Dit Kabinet is door de kracht zelve van het denkbeeld,

Sluiten