Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MiliT p V' f ?'a" den 13den Maa,t den toenmahgen Mimstei van Buitenlandsche Zaken de aanhaling hoorde doen.

waartoe deze stukken betrekking hebben, maakte zij op mij den indruk van eene uitvlucht, van een expedient. waarvan diegenen zich soms bedienen, die liet regeeren niet zoozeer beschouwen als een ernstig werk waarmede het welzijn van een volk gemoeid is. dan als een spel. dat zij met grepen, zetten of streken aan de tegenpartij zoeken af te winnen. Ik heb mij evenwel op dat oogenbiik moeten vergenoegen met hetgeen ik gedaan heb, met het verzoek om mededeeling en openbaarmaking aller stukken. Ik herinnerde mij hoegenaamd met. dat er in 1850 klachten waren ingekomen als die waarop de Minister zinspeelde. Volgens hem bestonden de grieven, die ik aandrong, reeds in dat jaar. „De klachten." zeide hij. „zijn van veel vroegere dagteekening. Ik heb, de zaak in de archieven van mijn departement weder opvattende, gevonden, dat reeds in December 1850 eene klachte is aangebracht en door het

tricht r Ja"f ?mMen ? fhe Zaken (<ie g(Jacl,te sPreker uit MaasVan R T i Munster) gebracht is ter kennis van liet Ministerie

^an Buitenlandsche Zaken en dat daarover wisseling van denkbeelden ! plaats gehad- Dat bevreemdde mij; ik was. om naar bezwaren '"i d\laatste ,la-en van Maart of in het begin van P 8,»1 in Limburg geweest, en herinnerde mij zeer duidelijk oen geene klachten met betrekking tot deze zaak te hebben gehoord. loen nu de Minister mij met een fragment uit een archief •lat voor mi, was gesloten, overviel, bleef mij voor het oogenblik' met ,overig, dan de bewijzen en volledige publiciteit te vragen opdat blijken zou wat er gedaan was of welk verzuim was gepee-d aie nu gebleken, dat er verzuim had plaats gehad, ik zou het zonder aarzelen erkennen. Ik kan zoo licht een verzuim hebben ,,epl<egd als een ander het kan plegen. Daarenboven, ieder weet hoeveel een Minister op zijne ondergeschikte ambtenaren moet • ten aankomen. De Minister kan persoonlijk zonder schuld zijn. al is de /aak niet met de behoorlijke zort; behandeld

Wij hebben ontvangen hetgeen de Minister mij aanraadde liever \ooi mij zeiven. m het bijzonder, dan voor de publiciteit te vragenen wat js daaruit gebleken? Ik ben overtuigd, Mijnheer de Voorzitter, dat ieder, die de mededeelingen vergeleken heeft met hetgeen in de Kamer was voorgevallen, zal moeten erkennen dat. zoo de rede van den Munster van Binnenlandsche Zaken eene beschuldiging tegen een voormalig Minister van Binnenlandsche Zaken was. de ontvangen mededeelingen die volkomen wederleggen.

ioen de Mmister van Buitenlandsche Zaken zich op den 18den ™ de dfufie mengde, deed hij het voorkomen alsof, bij

ennnf ü ' • in het vorig jaar. hij en zijn ambt¬

genoot door mij met de zaak waren overvallen: „Wij waren er

Sluiten