Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid van den zomer schonk, ten nutte gemaakt om de streek op te nemen, niet met een technisch oog. dat ik niet heb, maar met net oog van iemand, die zich wenscht te onderrichten, en te dien einde ieder zoekt die hem inlichtingen kan geven. Ik heb de werken

va^gw n te Maastricht e« te Hocht; ik ben het kanaal van de ^iiid-Willemsvaart en van de Campine afgevaren tot Turnhout; ik heb in de Belgische Kempen drie dagen en drie nachten doorgedacht Ik heb .gedurende die reis de meeste voorkomendheid vau Belgische ingenieurs ondervonden, welke natuurlijk van hun standpunt. met eene bereidvaardigheid, die ik niet genoeg kan erkennen alle verklaringen gaven die men van hen verlangde.

Dit heeft mij in staat gesteld, om althans van de gelegenheid der plaatsen en werken eene heldere voorstelling mede te brengen.

a was nu het onderwerp der briefwisseling van 1850—1851? - en stelle zich de Maas voor, op een uur afstand van Maastricht rechts van de Zuid-Willemsvaart, en daarmede door de Belgen voor 1839 in verband gebracht, om de vaart uit de rivier te voeden. Links van die vaart vindt men op diezelfde hoogte, insgelijks van vroeger tijd eene rigole, van het bovenpand of dat tusschen Maastricht en de sluis van Hocht leidende naar het benedenpand of \ oorbij de sluis. Deze rigole, oorspronkelijk tot overlaat voor overtollig van Maastricht afkomend water aangelegd, en waarvan de bodem dus gelijke hoogte met den waterspiegel van het bovenpand had, stelden de Belgen zich in 1850 voor te verdiepen. Dan kon het water voortvloeien, de sluis van Hocht voorbij, al stond het op pei en >ij gesloten sluisdeuren. Zoodanige gestadige doorvloeiing van het boven- naar het benedenpand scheen den hoofdingenieur de nu reeds lastige strooming in de nauwe doorgangen van Maastricht te zullen versterken.

Ziedaar het bezwaar, hetgeen ik niet behoef te vergelijken ieder doet dat — met de grieven sedert geopperd. Wat doet nu het Gouvernement in 1850? De brief kon zijn blijven liggen; hij is wellicht niet spoedig genoeg aan den Minister medegedeeld of de Minister overladen met werkzaamheden, heeft de zaak wellicht uitgesteld Neen. De brief van den hoofdingenieur aan den Commissaris des Komngs is van den 24sten December; den "8sten wordt door den Minister van Binnenlandsche Zaken aan zijn ambtgenoot voor de Buitenlandsche Zaken geschreven met verzoek (lat hij zich tegen dat ontworpen werk in Brussel verzette. Den volgenden dag reeds wordt daaraan door den 'Minister van Buitenlandsche Zaken voldaan, onder verstrekking van de noodige volmacht aan onzen vertegenwoordiger in België. Wij hadden toen no<> geene telegrafen, Mijnheer de Voorzitter, anders kon de zaak nog

mirMn'P'1 l^'" *:lia"d^d: maar bÜ de toenmalige communicatieddelen kon, geloof ik, grooter spoed niet worden begeerd.

Sluiten