Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou ontmoeten, daarvoor heeft de wet van 1817 zelve getracht te zorgen. Wanneer wij haar art. 143 raadplegen, dan zien wij de termen, de fatale termijnen èn voor de indiening èn voor de afdoening van het appèl zóó bepaald, dat het niet licht zal gebeuren dat een milicien reeds zij opgeroepen of ingelijfd, alvorens de zaak. in geval van appèl, bij Gedeputeerde Staten zij afgedaan.

Het Gouvernement, in zijne gedrukte inlichtingen, beroept zich op art. 142 der wet van 1817. Dat artikel zegt: „Aan de uitspraak van den militieraad moet. onverminderd het geïnstitueerd appèl, worden voldaan." Wanneer ik daarmede de ontvangene inlichtingen vergelijk, dan vraag ik. of niet het Gouvernement aan een min juist en uitleg van art. 142 heeft toegegeven. Het artikel zegt toch niets anders, dan hetgeen wij overeenkomstig ons tegenwoordig taalgebruik, aldus zouden uitdrukken: de uitspraak van den militieraad is, ondanks het ingesteld appèl, executoir. Eene goede bepaling, die in eene volgende wet. geloof ik. moet worden behouden. Stond zij niet in de wet. dan zou de milicien wel eens kunnen gelooven. dat hij recht had aan de oproeping niet te gehoorzamen, wanneer die oproeping eens plaats had terwijl de zaak nog hangende was bij Gedeputeerde Staten. Het moet evenwel vaststaan, dat zoolang de zaak daar nog hangt, de aanwijzing of designatie tot den dienst door den militieraad van kracht is.

Zoodra echter Gedeputeerde Staten, die volgens de wet in het hoogste ressort beslissen, uitspraak hebben gedaan, moet die uitspraak, zonder eenigen twijfel, dadelijk gevolg hebben. Dat wordt ook zoo begrepen in België, waar onze wet nog over het algemeen kracht heeft. Men kent den uitgewerkten commentaar op die wet. voor zooverre zij in België geldt,, van Bivort, den secretarisgeneraal bij het departement van binnenlandsche zaken. Op art. 142, dat ik de eer had voor te lezen, vind ik hetgeen de uitdrukking van de praktijk in België schijnt. Ik lees daar:

_ L'ai't- 142 porte positiviment que les décisions du conseil de milice sont exécutoires nonobstant 1'appèl interjecté; il ne peut donc y avoir de doute que ceux reconnus propres pour le service par le conseil de milice, et qui appartiennent au contingent, ne doivent suivre leur destination, quoique les états-députés n'aient pas encore décidé sur leur réclamation; mais si dans la suite il constate que leur réclamation a été fondée et que c'est a tort qu'ils ont été incorporés, alors ils ne peuvent être considérés autremefit que comme ayant eu une dispense dès Ir commencement, par suite de quoi leur congé sera réclamé pres le département de la guerre."

Mij dunkt, dit is de even natuurlijke als onvermijdelijke uitvoering eener vrijstellende uitspraak in het hoogste ressort. Ook in België bestaat cassatie ; men heeft die in 1849 door eene bijzondere wet geregeld. Zij wordt gevraagd aan het hof van cassatie. Met

Sluiten