Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„eene Christelijke partij mag geene politieke partij zijn": wanneer hij zegt: „eene politieke richting, die zich identifieert met eene Christelijke richting, identifieert zich daardoor met een Christelijk exclusief leerbegrip"; dan verkondigt hij stellingen, welke de onze zijn. De laatste, onder de voorwaarde eener bijvoeging, welke ook de Minister, zoo hij die niet gemaakt heeft, zal wenschen gemaakt te hebben. Eene politieke richting toch neemt slechts dan een Christelijk exclusief leerbegrip aan. wanneer zij zich met eene exclusieve, bepaalde Christelijke richting, die namelijk andere uitsluit. vereenigt. Politiek kan zeer wel van Christelijken geest die niet uitsluit, doordrongen zijn,

„De gemengde school kan zelfs zonder Bijbel Christelijk zijn." Ook in dit opzicht stemt de Minister overeen met de richting, waarvan hij meent verre te moeten en te kunnen blijven.

Over het algemeen komt het mij voor, na hetgeen de Minister heden heeft gezegd, dat dit Ministerie, hoezeer wenschende zich op gelijken afstand van beide belendende richtingen te houden, nader bij de onze is: mij dunkt zelfs dat de stellingen, welke zijne politiek volgens de ministerieele rede karakteriseeren, voor een groot deel aan onze beginselen zijn ontleend, althans daarmede eene verwonderlijke overeenstemming hebben. Ik durf evenwel op dit oogenblik niet zeggen dat ik het Ministerie ondersteunen zal; maar zooveel is zeker, dat ik hetgeen van dit Ministerie goeds voortkomt, goeds naai- mijne meening. dankbaar zal aannemen. Zoo ik niet in allen deele kan vatten hetgeen de Minister als de bestemming eener nationale politiek omschreef, die hij als eclecticisme kenmerkte — eclecticisme toch. zonder aanwijzing van beginsel, drukt geene bepaalde gedachte uit. — is het niettemin, mijns inziens, de plicht van den volksvertegenwoordiger, dat hij, weik ook zijn oordeel over het algemeene stelsel van het Ministerie zij. zich daardoor niet licht late weérhouden, om tot hetgeen door dat Ministerie in het algemeen belang, in het belang van het vaderland, wordt gedaan of voorgesteld, mede te werken.

27 November. Verzoekschrift. Klacht over onregelmatigheden die door den burgemeester van Naaldwijk bij eene verkiezing zouden zijn gepleegd. De commissie stelde voor: nederlegging ter griffie ter inzage voor de leden.

Ik zou. Mijnheer de Voorzitter, wenschen dat de Kamer besloot tot verzending aan den Minister van Binnenlandsche Zaken met verzoek om inlichting. Ik zou dat wenschen in het belang van de waakzaamheid voor de ongehinderde uitoefening van liet kiesrecht. Ik zou het ook wenschen in het belang van den burgemeester zeiven. die wel niet als aangeklaagde voor den rechter, maar als aangeklaagde voor deze Vergadering schijnt. Het geachte lid van de

Sluiten