Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inzonderheid ook door deze toepassing op het strafrecht, voor mijn oog niet opgeklaard. Het Fransche strafrecht bestaat bij ons; het is een feit en nationaal geworden: daarom moet het behouden blijven. Wat is nationaal? leder. Mijnheer de \oorzitter, wil nationaal zijn: dat onze politiek nationaal moet wezen, zal ieder erkennen; en dit alleen, dunkt mij. bewijst reeds dat „nationaal als beginsel van het regeeringsbeleid te verkondigen, niemand in de kennis van hetgeen dit Ministerie wil, verder brengt.

Welk is over 't algemeen het verband tusschen nationaliteit en strafrecht? Komt het bij de overweging van een stelsel van strafrecht niet bovenal op de vraag aan. of het op algemeene gronden juist en doeltreffend is? Of is een strafrecht daarom goed. omdat het nationaal is? Omdat het gebruik van sterken drank door lange gewoonte, helaas, nationaal is geworden, is het daarom een feit, dat de Minister zou willen eerbiedigen?

De wetgever is. mijns inziens, geroepen om daar. waar hij met nationale zeden, die ondeugden of vooroordeelen zijn. in aanraking komt, die ondeugden, die veroordeelen te bestrijden. Wet en wetgever moeten niet bij de natie ten achtere blijven, niet enkel den oogenblikkelijken toestand van een volk uitdrukken; zij moeten dien vóór zijn; zij moeten voor dat volk. in de richting zijner natuurlijke ontwikkeling, vormende kracht zijn.

Te zeggen dus, dat het Fransche strafrecht hier te lande op behoud aanspraak heeft omdat het nationaal is geworden, schijnt mij eene zonde tegen de waarheid der beginselen, die wij bij de schatting van een strafrecht bovenal in het oog hebben te houden. Maar het schijnt mij ook eene zonde tegen onze nationaliteit. De geachte spreker, die gisteren het laatst het woord voerde (de heer Wintgens), heeft ons herinnerd, hoe wij aan het Fransche strafrecht zijn gekomen. En zoo al wat op die wijze in ons land is gebracht, door gewoonte nationaal kan worden, dan, dunkt mij. levert het woord nationaal geenerlei zekerheid noch waarborg voor een wezenlijk nationaal beleid op.

Het is daarmede gelegen. Mijnheer de Voorzitter, als met Nederlandsrhe beginselen, burgerzin en dergelijke woorden, wier goeden zin niemand zal afkeuren, die ieder voor zich zal kunnen aannemen, maar die een toekomstige praktijk hoegenaamd niet kenmerken. Maar blijkbaar zijn wij, indien wij ons door de stelling: „het Fransche strafrecht is door lange gewoonte bij ons nationaal geworden". laten weérhouden, die wetgeving aan eene ernstige, volledige herziening te onderwerpen, op weg ons in algemeene, onbestemde frases te verliezen, ja ons in haren naam allerlei verkeerdheden te laten opdringen.

Gaarne zal ik liooren wat de Minister zal antwoorden; vooralsnog verwacht ik van het beginsel, zooals de Minister dat hier

Sluiten