Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over stoomwerktuigen; over fabrieken; over waterwerken, ja het toezicht dat over het onderwijs moet worden uitgeoefend, vormt een tak van politie. Wil de Minister dat alles met de gewone politie van veiligheid ineensmelten, er zal een chaos ontstaan.

Ten aanzien der geheimhouding van de aanbevelingslijsten van rechterlijke colleges. Wat heeft de Minister gezegd ? Ik herinner het u, daar, zoo bij eenig Minister, zeker bij een Minister van Justitie precisie en vastheid van begrip mag worden verlangd. „Na te hebben gehoord, is mijn gevoelen niet veranderd: ik zal de zaak en intrekking der circulaire in overweging nemen, zoodra slechts één rechterlijk college zich met bezwaar tegen die circulaire tot mij wendt." Derhalve aan één rechterlijk college hecht de Minister meer gewicht dan aan de bedenkingen, die in de Tweede Kamer der Staten-Generaal van zoo vele zijden met kracht zijn voorgedragen. Is het goed dat de Minister van Justitie met het in overweging nemen wachte, totdat een rechterlijk college bezwaar make ? Beter ware het, dunkt mij, omgekeerd, te voren den maatregel zóó wel te hebben overwogen, dat. welk rechterlijk college ook bezwaar inbracht, geene intrekking behoefde te volgen. Ook in dit opzicht, geloof ik. heeft de Minister, zeer loyaal in de overneming van de successie van zijn voorganger — eene loyauteit alleszins te prijzen, vooral in vergelijking met eene tegengestelde handelwijs in de laatste jaren — soms al de lasten en schulden der successie bij de aanvaarding niet overdacht.

Het Hoog Militair Gerechtshof. De Minister vraagt nu: of van een nieuwen Minister de hervorming van een zoo gewichtig onderwerp. als de militaire rechtspleging, aanstonds kunne worden gewacht. Maar welke is de indruk, dien de Memorie van Beantwoording moest te weeg brengen? Deze. dat wij nu verder dan ooit verwijderd zijn van het tijdstip, waarop eene herziening dier wetgeving te gemoet kan worden gezien.

Het systeem van wetgeving. De Minister verklaart zich een bijzonder vriend van het Romeinsche recht en van die historische rechtsvorming, waarvan de Romeinsche rechtsgeschiedenis het meest uitnemende voorbeeld is.

Maar. Mijnheer de Voorzitter, wij hebben hier niet te doen met een toestand als dien van Rome of van het Romeinsche rijk: wij leven in eene maatschappij die beheerscht wordt door geschreven wetboeken. Hadden de Romeinen in zulk een toestand verkeerd, hunne bewonderde rechtsvorming ware niet mogelijk geweest. Die nu op ons systeem van wetgeving toe te passen, zou, zoo het al denkbaar ware, niet tot opbouw, maar tot verval, tot geheele miskenning van de plichten van den wetgever leiden.

Het Fransche strafrecht had de Minister van Justitie in zijne Memorie van Beantwoording in bescherming genomen; hij had het

Sluiten