Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vragen zoude wezen? Dat ook in deze veel aan de partikuliere krachten van het volk moest worden overgelaten, gaf de ministor toe. Echter, indien het bijkans zeker was, dat een of ander vooigenomen werk in de eerste jaren geene winsten zou kunnen afwerpen, en toch het totstandkomen van dat werk voor de ingezetenen van veel belang was, dan kon het geraden zijn dergelijke onderneming te subsidieeren. Dat zou, meende de minister, ook de heer Th. wel moeten toegeven. Had niet, bij de discussiën over het verleenen van een subsidie voor het kanaal van Assen naar Groningen, die afgevaardigde zelf zich „een vriend van subsidiën" genoemd ?

Een zeer ruim en hoogst belangrijk veld van discussie was voor den Minister geopend — hij heeft dat met reuzenschreden doorkruist ; hij heeft zelfs daar. waar men zich veroorloofd had nadere verklaring te vragen van zijne woorden, hier in deze Kamer gesproken, die verklaring niet gegeven. Ik meen niet te veel te zeggen, wanneer ik beweer dat over het algemeen hetgeen de Minister ons over het onderwijs heeft willen vertrouwen, bewijst dat hij opnieuw, althans op dit oogenblik, met de zaak verlegen is, en de verlegenheid van een Minister wensch ik niet te vermeerderen.

Een ander punt. De Minister zeide: „Ik heb in den beginne andere zaken te doen gehad dan te denken aan de wet tot regeling van het onderwijs; ik heb mij vooral met materieele belangen bezig gehouden." Dit werd ook verwacht : de troonrede had groote verwachting gegeven; en nu heb ik de vrijheid genomen daarmede te vergelijken hetgeen blijkens de Memorie van Beantwoording gedaan of liever voorbereid is. Daarop erkent de Minister: „gij hadt gelijk toen gij meendet dat wij reeds verder zouden zijn en dat op de begrooting eene som tot ondersteuning van spoorwegondernemingen zou zijn uitgetrokken." Daarmede heeft de Minister verbonden de aanhaling van een vroeger gezegde van mij. waaruit zou blijken dat ik een vriend ben van subsidiën. Ik wensch niet verkeerd verstaan te worden. Ik wensch in geenen deele dat men ontijdig, dat men te vroeg tot subsidiën zijn toevlucht neme. Ik verwijt aan den Minister niet dat hij tot dusver te weinig gedaan, vooral niet dat hij geen onnoodigen ondoelmatig subsidie op de begrooting gebracht heeft; maar ik heb gemeend te moeten opmerken dat er weinig of niets gedaan is, vergeleken met de groote verwachting, die men had opgewekt. De Minister zegt nu, en dit weet ik niet overeen te brengen met de Memorie van Beantwoording: „weldra zal de tijd daar zijn om te overwegen of niet iets behoort gedaan te worden om de noordelijke spoorwegen tot stand te brengen." De eigen woorden des Ministers, die ik heb opgeteekend. Ik meende dat men juist daarmede sedert lang bezig was. Uit de Memorie van Beantwoording heb ik gezien dat niemand tot dusver subsidie vraagt en ik heb mij daarover verblijd. Er kon ook niet de minste reden zijn voor het Gouvernement om aan een subsidie

Sluiten