Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verzoekschrift. Een aannemer te Ameide had de tusschenkomst der kamer ingeroepen, ten einde gehandhaafd t" worden in zijn recht, zitting te nemen in den raad zijner gemeente. De commissie voor de verzoekschriften, aan wie het bekend was geworden, dat de adressant thans werkelijk als lid van den raad was toegelaten, stelde voor, het adres neder te leggen ter griffie.

Ik zou verzending wenschen aan den Minister van Binnenlandsche Zaken met verzoek om inlichting. Is echter de Minister gereed om aanstonds inlichting te geven, zij zal mij des te meer welkom zijn.

Ik vat de wijze van behandeling dezer zaak niet. Iemand is gekozen tot lid van den gemeenteraad en wordt geïnstalleerd, maar in diezelfde vergadering stelt den burgemeester aan den raad voor het nauwelijks benoemde lid te schorsen, omdat deze nog niet volkomen was ontslagen van eene verplichting, die op hem als gewezen aannemer van het zesjarig onderhoud van het schoollokaal en de onderwijzerswoning rustte. De raad vereenigt zich met dat voorstel niet, maar weigert de schorsing; waarop de burgemeester verklaart, dat besluit niet ten uitvoer te zullen leggen, maar het, volgens art. 70 der gemeentewet, aan den Koning te willen onderwerpen.

Ik begrijp niet, hoe bij den burgemeester de gedachte kon opkomen om een besluit, waarbij de raad weigert een lid te schorsen, niet ten uitvoer te leggen. Maar hoe dit zij, de burgemeester onderwerpt het weigerend besluit van den raad, waarbij geene uitvoering te pas kon komen, ter vernietiging aan den Koning. Maar in een geval, zooals hier bestond, kan. zoo voorziening noodig is. alleen voorzien worden door Gedeputeerde Staten, die. volgens art. 2<i, ambtshalve kunnen schorsen. Bij den Koning kan dergelijke zaak niet aanhangig worden dan bij wege van appèl van de beslissing van Gedeputeerde Staten. Doch wat gebeurt hier? Het besluit, waarbij de gemeenteraad weigerde te schorsen, wordt door den Koning vernietigd, en wel op grond van art. 153 der gemeentewet. Art. 153 van de gemeentewet spreekt uitsluitend van plaatselijke verordeningen, waartoe dat raadsbesluit gewis niet behoort, zoodat de vernietiging op dat artikel niet kan gegrond zijn. Intusschen het Koninklijk besluit staat in de Staatscourant van 7 October jl., die ik voor mij heb.

Dit is nog niet alles. Indien een raadsbesluit, hetwelk een burgemeester weigerde ten uitvoer te leggen, door den Koning zal worden vernietigd, dan mag daarmede niet langer dan dertig dagen worden gewacht; deze waren echter in dit geval sinds geruimen tijd verstreken.

Derhalve, Mijnheer de Voorzitter, is het. geloof ik, noodig aan de Regeering inlichting te vragen over de behandeling dezer zaak.

Het schijnt mij. dat zij zeer afwijkt van wettelijke regels, die ik tot nu toe voor onbetwistbaar en volkomen duidelijk gehouden heb.

Sluiten