Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blijven. Dan wordt van dat van 21 Maart 1821 gezegd: , Die verordening is tot dusver in werking gebleven, schoon aan derzelver uitvoering bezwaren verbonden zijn, die voorziening eischen." De Minister zal mij verplichten indien hij mij zegt. welke die bezwaren zijn, inzonderheid of daaronder door het Gouvernement ook de gemeentewet wordt geteld, die voorschrijft dat van hooger hand geene uitgaven op de gemeente kunnen worden gelegd dan door de wet.

De opmerking ten aanzien van een bijzonderen post. De post is die, waarvan gewaagd wordt in de aanteekening van den toelichtenden staat n°. 54. Het is eene uitgaaf, die volgens het beweren van het Gouvernement gedaan moet worden om den weg tusschen Delft en Maassluis te verhoogen. Op welken grond dit moet geschieden leert ons de Memorie van Beantwoording bladz. 15. „De weg van Delft naar Maassluis is waterkeering van Delfland. Bij de keuren van het hoogheemraadschap is de hoogte voorgeschreven, welke die waterkeeiingen behooren te hebben. Voor een gedeelte wordt die op den weg tusschen Delft en Maassluis gemist. De Staat, die evenzeer als elk polderbestuur of ingeland tot de naleving dier keuren is verplicht, is dus gehouden den weg op de bepaalde hoogte te brengen."

Hierin is een beginsel betrokken, dat ik aan nadere overweging wensch aan te bevelen. Waarop rust de verplichting van den Staat? Verwart het ministerieel betoog niet den Staat, als Hegeering. als beheerder van wegen, met den Staat als partiknlier ingeland V In de eerste hoedanigheid kan de Staat niet gehouden zijn. Gesteld echter, hij zij ingeland, de ondergrond van den weg behoore jure eivili aan den Staat, is hij daarom verplicht den weg, volgens het voorschrift der keuren van het hoogheemraadschap, te verhoogen ? Gesteld, op den bijzonderen eigendom van een ingeland ligt een dijk. die volgens de keuren moet worden verhoogd. Volgt daaruit dat die partiknlier ten zijne koste moet verhoogen V Geenszins. Zoo er geen bijzondere dijkplicht op den ingeland rust, zal het waterschap daarin moeten voorzien. Hier nu zijn wij, althans volgens de uitdrukkingen der memorie, niet eens in zoodanig geval: wij vinden hier alleen de Regeering in betrekking tot een rijksweg, die door Delfland loopt. Ik geef dus in bedenking, ot de zaak niet aldus moet worden verstaan: de keuren hebben verhooging geboden: welnu, van wege het heemraadschap moet daarvoor worden gezorgd, tenzij uit een bijzonderen rechtsgrond blijke, dat de Staat verplicht is.

i December. Algemeene beraadslaging over afdeeling YII (Onderwijs). De heer Baud had te kennen gegeven, met vertrouwen te zullen afwachten, wat de regeering ten aanzien van het onderwijs zou voorstellen; „met vertrouwen . vooral ook, omdat hij persoonlijk vertrouwen stelde in de twee mannen, die als de hoofden van het kabinet golden.

Sluiten