Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den geachten spreker uit Rotterdam. — een voorstel, bij welks aanneming, volgens de zeer juiste opmerking van den Minister van financiën, de voorstellers als zoodanig niet het minst belang hadden; een voorstel, waarvan het doel enkel was, te verhinderen dat men reeds bij de beraadslaging over hoofdstuk IX A vragen behandelde, die eigenlijk eerst bij de wet op de Middelen te pas komen, - nu de Vergadering, zeg ik. gemeend heeft zich met het voorstel van den geachten spreker uit Rotterdam niet te moeten vereenigen, nu kan ik niet inzien wat ons zou kunnen weêrhouden om met de behandeling van dit hoofdstuk aanstonds aan te vangen. Want wij zijn nu in denzelfden toestand waarin wij na afloop der beraadslaging over het Xlle hoofdstuk zullen zijn. Waarom dan niet de gewone, natuurlijke orde gevolgd ?

Ik moet daarbij doen opmerken, dat ons amendement op hoofdstuk IX A wel een gevolg is van dat op het ontwerp tot vaststelling der Middelen, maar niet een zoo noodzakelijk gevolg, dat, al wierd dat gevolg niet aangenomen, het hoofdamendement daardoor van zijne kracht zou worden beroofd.

Ik besluit. Mijnheer de Voorzitter, dat het voorstel van het geachte lid uit Delft mij niet vatbaar voor aanneming schijnt.

Het voorstel van den heer Wintgens werd daarop met 29 tegen 28 stemmen aangenomen.

Hoofdstuk IX B der staatsbegrooting (Departement van financiën). Algemeene beraadslaging. Klachten over de uitvoering van het grenstraktaat met Hannover. Artikel 3 van het traktaat schreef voor, dat binnen de linie van toezicht de voorraden van sommige goederen niet mochten te boven gaan de behoeften van den handel voor plaatselijk gebruik.

Met betrekking tot het tweede onderwerp, dat de Minister van Hnanciën behandelde, heb ik hem hooren zeggen, dat de klachten over de uitvoering van het grenstraktaat met Hannover, waarvan door vorige sprekers was gewaagd, nog niet tot hem waren gekomen. Ik heb een extrakt der resolutie van den Minister van Hnanciën van 31 October jl. voor mij, waarbij een verzoek van personen, die zich door die uitvoering benadeeld rekenden, wordt afgewezen. Ik breng dat niet bij om den Minister een verwijt te doen dat hem die resolutie niet voor den geest was : ik weet te wel dat men zoo veel van het geheugen van een Minister niet mag vergen. Maar er is een punt, hetgeen ik den Minister, die beloofd heeft in de uitvoering zoo billijk mogelijk te willen zijn, vooral in bedenking verlang te geven. De resolutie is een antwoord op een verzoek van rekwestranten, die restitutie verlangen van in beslag genomen goederen. Die goederen, bij hen gevonden, en behoorlijk door vervoerbiljetten gedekt, schijnen in beslag te zijn genomen zonder dat de bezitters wisten of weten konden hoeveel zij in hun

Sluiten