Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben veroorzaakt, of zelfs de aanleiding te zijn geweest om onrust bij anderen te weeg te brengen.

Ik geloof. Mijnheer de Voorzitter, dat er een middel is om alle dergelijke gevolgen of pogingen te voorkomen; dat is oprechtheid, publiciteit. En welke reden bestaat er, 0111 zoodanig Koninklijk besluit niet mede te deelen ? Daarenboven, de Minister heeft goedgevonden aan den Koning een besluit voor te dragen; hij had kunnen goedvinden, en. mijns inziens, had hij dan veel meer overeenkomstig met den aard der zaak gehandeld, een voorstel te doen aan de wetgevende macht, opdat de zaak wierd geregeld door de wet. Dan zou alle. zelfs de minste, aanleiding tot voorbarige ongerustheid zijn verdwenen.

Wat het besluit van den 13den Januari 1854 betreft, is. dunkt mij. het antwoord op e'ëne vraag niet klaar of is wellicht de vraag niet gedaan zooals ik die aan den Minister wenschte te onderwerpen.

De Regeering heeft zonder eenigen twijfel recht, zoowel in de koloniën, als hier te lande, maatregelen te nemen, dat de archieven blijven, wat ze. naar hunne bestemming, behooren te zijn. dat het eigendomsrecht der Regeering op die archieven worde geëerbiedigd. Derhalve mag zij niet enkel alle ontvreemding trachten voor te komen, maar zelfs de ambtenaren verplichten om. wanneer ze uit 's lands dienst treden, noch oorspronkelijke stukken, noch afschriften, in welker bezit zij. ten gevolge hunner ambtsbetrekking, kwamen, onder zich te houden, maar die terug te geven.

Of de overtreding van zoodanige bepalingen kunne worden gestraft met het verlies van pensioen, is eene vraag, die mij voorkomt aan grooten twijfel onderhevig te zijn en waarop ik althans nog niet ja zou willen zeggen. De Minister verontschuldigt zich, zeggende, dat liet besluit vóór zijne optreding was genomen en dat hij gehouden is het uit te voeren. Maar hij past op een Koninklijk besluit toe hetgeen alleen bij eene wet geldt. Eene wet moet door den Minister worden uitgevoerd, maar ten aanzien van een Koninklijk besluit is hij voor den inhoud verantwoordelijk, en is de uitvoering zijne vrijwillige daad. Hij kan zich dus niet achter het Koninklijk besluit verschuilen, noch beweren dat hij het moet uitvoeren; integendeel, wanneer het niet strookt met zijne overtuiging. man hij het niet uitvoeren. Dat is het verschil van den stand van den Minister met betrekking tot een Koninklijk besluit en met betrekking tot eene wet.

Doch daargelaten, of het bestuur door bedreiging van verlies van pensioen eene inbreuk mag maken op bepalingen, die strekken 0111 het eigendomsrecht van den Staat op zijne archieven te verzekeren, is mijne vraag deze. Men kan op zeer verschillende wijze in het bezit komen van afschriften van stukken, behoorende aan een

Sluiten