Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bü deze verklaring, welke de verzoekers natuurlijk teleurstelde

din•> )8t V f MlniSte'' hen" °P hunne he,haalde vertoog,den 20aten November jl. onderrichtte, dat de Regeering het aan-

knoopen van onderhandeling te dezer zake en het nemen van maatregelen wenscht uit te stellen totdat aan haar de uitslag van het aan eene commissie opgedragen onderzoek omtrent de gevolgen

bekend zijn ^ d°0rgravins der lai"le"gte van Suez zal

vafeLlntw!Zel/de midd0l,Jan.Uit8tel- dat WÖ «ok in de Memorie T, beantwoording vermeld vinden, die echter, wanneer zij zegt-

-dat door de Regeenng nog geene onderhandelingen waren aangevangen. met de mij medegedeelde feiten geenszins strookt. Integendeel was, zoo die mededeeling juist is, de onderhandeling reeds zoo \ei ge\oi erd, dat zij, in het oog der Regeering, rijp scheen voor beslissing. Nu wensch ik van den Minister te Znemen xooreerst, in hoever de mededeeling. waarvan ik de hoofdpunten

Sb r f °"derwo'-pen, juist is. en ten andere, om

e aden de Minister het verleenen der concessie afhankelijk

commiÏÏë Va" UitS'ag Va" h6t onderzoek der genoemde

Gesteld men voorzag, dat de doorgraving der landengte binnen een zeer kort tijdsverloop zou voltooid zijn. ware het dan nog wel zaak indien overigens het algemeen belang van onze zijde de bevordering eener geregelde vaart op Java wenschelijk maakte, op die voltooiing te wachten? Ware het integendeel, zelfs in die on eis e ing, niet beter, bij de concessie het geval te voorzien.

ciat de aoonjravinü «•psphiprlrlp i ,

® & & -cnieaae, en vooi dat geval zekere vToor-

vetv*! U V H r dl<3 da" (1°°' de concessionarissen zouden moeten er\uld worden i Dit zou. mijns inziens, de natuurlijke handelwijs

wezen, indien men de doorgraving kon beschouwen als eene onderneming die over een jaar teneinde kan zijn gebracht. Maar nu die gebeuitems nog in een zeer onzeker verschiet ligt, en het ook nadat de eerste spade in den grond zal zijn gestoken, nog een

kunnen f 7™' alV°''enS ^ SChepe" la"gS SueZ zullen

kunnen varen of stoomen, vat ik de reden, die men voor het

uitstel opgeeft, niet.

Zij schijnt mij nog aan eene andere bedenking onderhevig die i - eveneens aan den Minister onderwerp. Het onderzoek der commissie, op voordracht van den Minister van Binnenlandsche Zaken oemd zal niets kunnen zijn dan een voorloop»,, onderzoek. Wat

"onenZ til T ^ de ervarinë der benoemde per-

te nvpnrU H ' ƒ Wisheid alle Sevol8en te berekenen en te ovei zien, die aan dergelijke groote verandering verbonden kunnen zijn, ik geloof niet dat daartoe iemand in staat is En zal men dan van de uitkomst van zoodanig voorloopig en niets beslis-

Sluiten