Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

/

laatste dienden vooral tot overschrijving, terwijl hot twaalfde hoofdstuk uitsluitend voor werkelijk onvoorziene uitgaven werd uitgetrokken.

I>e Minister merkt op, dat van de sommen, die onder ieder hoofdstuk afzonderlijk voor onvoorziene uitgaven plegen te worden toegestaan, het grootste deel, doorgaans althans, tot overschrijving op artikelen der begrooting wordt besteed. Het overige, voor zooveel het wordt uitgegeven, dient om te gemoet te komen in uitgaven voor behoeften, die in de begrooting niet zijn omschreven. Nu zegt de Minister: de mededeeling dier uitgaven is nuttig en noodig, om aan de Vertegenwoordiging het vereischte licht ter beoordeeling van eene nieuwe aanvraag te verschaffen.

Ik vraag, Mijnheer de Voorzitter, of er onder de redenen, welke de Minister voor het doen dier rekenschap zelf aanvoert, ééne is. die niet op de rekenschap, in het Voorloopig Verslag en nu door ons opnieuw verlangd, volledige toepassing vinde ?

Mij dunkt, wanneer het voor het oordeel, dat hier moet worden uitgebracht, van belang is hetgeen men op de artikelen der begrooting heeft overgeschreven te kennen, is het van niet minder, ik zou zelfs zeggen van nog grooter belang, te weten, hoe met sommen, die men buiten het kader der begrooting heeft besteed, is gehandeld. In het eene geval wordt hetgeen is toegestaan slechts, overeenkomstig de wet, verhoogd: in het andere geval daarentegen worden geheel nieuwe uitgaven gecreëerd, zelfs door den wetgever niet voorzien. Komen nu voor dit laatste geval de middelen om het oordeel over eene nieuwe aanvraag te formeeren, niet althans evenzeer als voor het eerste geval te pas ?

Nader:

Ik trede niet weder in de discussiën, ik laat den Minister gaarne het laatste woord : maar ik wensch, dat de stem, die ik zal uitbrengen, wel verstaan worde. Ik zal. wanneer wij onverwijld tot de stemming mochten overgaan, tegen dit hoofdstuk stemmen, met om aan de Regeering wat zij vraagt, te weigeren ; want ik ben bereid om, wanneer zij ons Maandag de verlangde mededeeling doet, en het ontwerp van hoofdstuk XII opnieuw voordraagt. de som toe te staan. Doch in het mededeelen der gedane uitgaven acht ik een gewichtig beginsel betrokken : en ik kan ook nu nog, evenmin als andere sprekers, inzien, welke redenen het (iouvernement kunnen beletten aan een zoo billijk verlangen der Vertegenwoordiging te voldoen.

De stemmen over het ontwerp staakten. Zie verder hierna blz. 501.

Sluiten