Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer de eischer het ongeluk had een woord te missen ol een verkeerd woord te gebruiken, werd hij uitgesloten. Zoo ook hier. Over de zaak zelve kan geen verschil wezen tusschen de Vergadering en den voorsteller. Ik moet erkennen, door de lettet van art. 81 van ons Reglement van Orde wordt de vorm uitgesloten. dien de geachte voorsteller heeft gekozen. Een strijd, die, geloof ik. wel aanleiding kan geven om in het vervolg art. 81 aan eene herziening te onderwerpen.

Het beginsel van het voorschrift van art. 81 is hetgeen gebeuren moet, wanneer een troonrede zal worden beantwoord. In dat geval is dat voorschrift de eenige vorm. dien men zou kunnen volgen. Doch wanneer het geldt, buiten zoodanig antwoord, van wege de Vergadering een adres aan den Koning aan te bieden, dan zal men, zich aan de letter van art. 81 houdende, veelal het doel niet bereiken. Alsdan moet toch de Kamer van te voren besloten hebben, niet alleen dat er een adres zal worden ingediend, maar ook in welken zin. Welnu, om daarover een besluit te kunnen nemen, moeten althans de hoofdtrekken van het adres voorgelegd zijn.

De geachte spreker uit Amersfoort (de heer van Rappard) heeft gewaagd van hetgeen vroeger in de Surinaamsche zaak voorviel; maar toen werd de aanleiding gegeven door verzoekschriften aan de Kamer ingeleverd; de Kamer benoemde eene commissie om die verzoekschriften te onderzoeken: en uit dat onderzoek is een adres aan den Koning gerezen.

Ik zou in dit geval wenschen, dat de voorsteller niet anders deed dan de Vergadering voorstellen, dat zij besluite een adres aan den Koning in te dienen met betrekking tot de zaak, waarover de enquête heeft plaats gehad, en dat hij in die voordracht de hoofdtrekken van dat adres opnam: dan zal de Commissie, door de afdeelingen te benoemen, daarmede zonder twijfel te rade gaan. Zulk een voorstel kan het geachte lid uit Drente, zoo hem het reces een te lang uitstel mocht schijnen, nog op dit oogenblik aan de Vergadering onderwerpen. W7at zou hem daarin beletten V

30 April. Reglement op de drukwerken in nederlandsch Indië. Beraadslaging over de conclusie van het verslag der commissie betreffende de van den minister van koloniën ontvangen inlichtingen omtrent het reglement op de drukwerken in nederlandsch Indië. (Vergel. hiervóór blz. 534).

Het reglement had over het algemeen, hier te lande, zoowel als in de koloniën, een pijnlijken indruk teweeggebracht. Artikel 110 van het regeeringsreglement, reeds bij zijn tot standkoming door den heer Th. gekenmerkt (vergel. Dl. III, 1853—1854, blz. 573) als een „teruggang", „daar de wetgeving, die hieruit (zou) voortvloeien oneindig meer zou belemmeren, dan de sedert lang gevestigde gewoonte," was nog uitgewerkt in een koninklijk besluit, dat, volgens velen,

Sluiten