Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en sommige leden hebben dit toegejuicht, dat de artt. 12 tot 20 niet van toepassing zijn voor Nederlandsche drukwerken. Er was zelfs last gezonden aan den Gouverneur-Generaal, om misvatting, zoo die in Indië ontstond, tegen te gaan. Doch welke beteekenis ot waarde heeft dit, wanneer op de hoofdpunten de vrijheid, welke de 2de alinea van art. 110 wil, aan dezelfde belemmeringen, ingesteld krachtens de 1ste alinea, wordt onderworpen ? Het blijkt duidelijk, dat de Regeering de grens, welke de wet tusschen de behandeling van Indische of vreemde en van Nederlandsche drukwerken trekt, in de hoofdzaak uitwischt, maar men zoekt dit door een paar ondergeschikte uitzonderingen te verbergen.

Eene tweede algemeene opmerking betreft liet karakter van het reglement. Ik geloof, Mijnheer de Voorzitter, te kunnen beweren, in de eerste plaats, dat het reglement meer is een politie- dau een strafreglement, meer berekend om te weren, dan om vrijheid onder verantwoordelijkheid te verleenen. Men verleent vrijheid, maar onder voorwaarden, waaronder niemand zich licht aan het gebruik van die vrijheid zal wagen. Het reglement is niet alleen tegen de drukpers, het is tegen den geheelen boekhandel gericht. A\ ij vinden in het reglement twee hoofdbelemmeringen. Vooreerst de borgstelling, die ieder boekhandelaar rechtens in staat van verdenking stelt. Men zegt hem: gij zijt ieder oogenblik op het punt om vervolgd te worden, en wij willen de zekerheid hebben, dat gij althans in staat zijt om de boete te betalen. De verspreider — ik trede niet in een daarover gevoerd betoog, maar vergenoeg mij met deze enkele aanmerking — wordt volgens het reglement gestraft met dezelfde straf, waaraan de schrijver onderhevig is, iets hetgeen met het stelsel zelf van het reglement in tegenspraak is. \\ at toch brengt dit stelsel mede ? Dat de verspreider verzuim pleegt, zoo hij zich niet van den inhoud vergewist. Er is dus bij den verspreider — ik spreek in het stelsel van reglement — verzuim, culpa, die, zoo zij gestraft moet worden, eene mindere straf verdient, dan die de boosaardige schrijver moet ondergaan.

Het reglement heeft één hoofddoel, een doel dat men, mijns inxiens, zich niet moet voorstellen en dat men bereiken wil met onrechtvaardige middelen. Het hoofddoel is — hierin zal ik denkelijk door niemand, noch door den Minister, noch door een lid der \ ergadering, worden tegengesproken — een wapen tegen publiciteit en critiek van regeeringsaangelegenheden op Java in handen te hebben.

Dit reglement, zooals het daar ligt, in zijn geheel samenstel, is de meest despotieke wet, die ergens ten aanzien van de drukpers bestaat, en ik daag een ieder uit mij eenige drukperswetgeving voor te leggen, die het zoo ver heeft gebracht. Men heeft zich bij de samenstelling van dit stuk gehouden aan hetgeen het

Sluiten