Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mohammedaanschen godsdienst den oorspronkelijken samenhang deiIndische maatschappij verbroken heeft, de invloed der geestelijke hierarchie zwak, en de burgerlijke aristocratie in een Nederlandschen ambtenaarsstand veranderd is.

Aldus onze Oost-Indische bezittingen nevens Britsch Indië plaatsende, zou ik tot de slotsom kunnen geraken dat Britsch Indië de vrijheid van drukpers niet kan verdragen, maar dat daartegen bij ons geen bezwaar bestaat.

Intusschen heeft juist het omgekeerde plaats: in onze Indien wordt de drukpers onderworpen aan de gestrengste wetsbepalingen, óók wat den omgang betreft met de letterkunde van het moederland. De restrictien, die vroeger in Britsch Indie bestonden, hinderden hoegenaamd niet den invoer van Engelsche werken, maar hadden hoofdzakelijk slechts betrekking tot de Indische dagbladpers en tot de circulatie van in Indie gedrukte stukken onder de inlanders. Ook die beperkingen zijn in 18:55 opgeheven.

Wij hebben in Indië eene kleine Europeesche maatschappij, die, bij alle braafheid en deugd, welke de Minister niet genoeg weet te pi ijzen, bestaat uit ambtenaren, industrieelen en kooplieden, wier stand niet medebrengt dat zij de oproervaan eener brochure licht zullen volgen. Doch de Javaansche maatschappij 'i De geachte afgevaardigde uit de hoofdstad (de heer Baud) heeft gevoeld dat ten aanzien van de Europeesche maatschappij in Indië en ten aanzien van de Javaansche maatschappij, ieder op zich zelve beschouwd, dergelijke strengheid als in dit reglement ten toon wordt gespreid, moeilijk te verdedigen is. Hij brengt dus de Europeesche en Javaansche bevolking in onderling verband en omgang. Maar dat verband, die omgang, rusten die op de mededeelingen der drukpers ? Neen. Hot is de omgang, die door dit reglement gewis niet wordt verhinderd, de natuurlijke omgang tusschen hen, welke de diensten dei' inlanders gebruiken en de/en, voor zooveel zij diensten aan Europeesche lieeren bewijzen. Mij heeft de eenparigheid van oordeel der Indische mannen, die ik over dit reglement buiten deze Kamer hoorde, getroffen. Niemand die niet — wanneer ik zeg verwonderd gebruik ik een te gematigd woord. — ik moet zeggen \ erontwaardigd was over de noodelooze gestrengheid der verordening. Na het regeeringsreglement verwachtte niemand, dat men nieuwe banden zou aanleggen, maar dat men de beperkingen, die tot dusverre bestonden en geen anderen grond of regel dan eene administratieve routine hadden, langzamerhand had losgemaakt of verzacht, om ze later te doen vervangen door zoodanige regels, als dooi' eene goede orde zouden worden geëischt. Over den indruk dien de Nederlandsche pers op den Javaan zou kunnen maken, ontv ing ik eens een bescheid, dat ik met de eigen woorden teruggeet, omdat zij karakteristiek zijn; het is het schriftelijk bescheid

TiioiiBiX'KE, Parlementaire Redevoeringen, 1856—1857. 35

Sluiten