Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afgevaardigde uit de hoofdstad (den heer Godefroi), die de zaak, waarover wij beraadslagen, heeft vergeleken met hetgeen gebeurd is ten gevolge van een traktaat niet het Tolverbond. Het komt mij toch voor, dat de voeging van Hannover bij dat traktaat, in verband beschouwd met het artikel door hem aangehaald, van eenen anderen aard is, en met het geval, waarvan wij hier sproken, niet op ééne lijn te plaatsen. Dat traktaat, waarvan Hannover, na zijne opneming in het Tolverbond, deelgenoot werd, was met het Tolverbond gesloten: het traktaat dat wij nu inroepen is gesloten met Pruisen, en behoudt de bevoegdheid om „toe te treden", zooals het in de Nederduitsche vertaling heet, of van adhaesie aan andere Staten voor.

Ik kan mij niet vereenigen met het betoog van den geachten spreker uit Almelo (den heer van der Linden) in zoo verre hij een onderscheid maakt tusschen een traktaat en een adhaesie. Beide staan, mijns inziens, in het geval, dat wij behandelen, gelijk.

Ik kan mij niet vereenigen met het betoog van den Minister, die zich inzonderheid heeft toegelegd om ons af te schrikken van het gevoelen van hen, welke de conclusie van het verslag bestreden; want dan moest dit traktaat, door den Koning geratiticeeid, aan de goedkeuring van de Kamer worden onderworpen. Aan de goedkeuring van de Kanier onderworpen, kon het worden afgewezen. \\ elk een gevaar! Een traktaat zou kunnen worden afgewezen, waarvan het beginsel niet alleen reeds gevestigd was in eene overeenkomst met Pruisen, maar bekrachtigd door de wetgevende macht!

Ik meen dat wij hier verkeeren in een analoog geval, als waarin het (touvernement zich met betrekking tot eene adhaesie van Hannover aan het traktaat, met Pruisen gesloten, bevond. Zou adhaesie van de zijde van Hannover kracht hebben gehad, zonder aanneming van ons Gouvernement? Immers neen. Zoo ook hier, waar het de goedkeuring der wetgevende macht geldt. De wetgevende macht heeft het beginsel toegestaan; maar wanneer nu de werking van dat beginsel zal worden uitgebreid over een ander gedeelte van ons territoir, dan hetgeen in liet traktaat met Pruisen is begrepen, dan komt goedkeuring der wetgevende macht opnieuw te pas en uit den aard der zaak en volgens de letter der Grondwet. De Giondwet eischt die goedkeuring voor iedere verandering in wettelijke rechten; en die wordt, in dit geval, re et effectu eerst door het verdrag met Hannover, dat de toepassing van het in art. 17 der overeenkomst met Pruisen vervatte beginsel vaststelt, gemaakt.

Ik begrijp. Mijnheer de Voorzitter, dat men over de zaak anders kan denken. Ik kan mij zeer wel voorstellen, dat men ten aanzien van de werking der Grondwet wenscht te volstaan met het minst

Sluiten