Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene definitie geve, maar in allen gevalle dat hij zich zuiver uitdrukke en zich onthoude van hetgeen misverstand kan bevorderen. Een misverstand wordt zonder twijfel bevorderd, wanneer de wetgever de verklaring noodig keurt, dat helpers en handlangers, en wel zekere helpers en handlangers, geene jachtakte noodig hebben. Het kenmerk van fait de chasse zal aldus werkelijk niet helderder worden.

Het amendement van het geachte lid uit Leiden is, wanneer men aanneemt hetgeen de Regeering voorstelt, consekwent. maar de consekwentie moest verder worden doorgetrokken. Er zijn meer of andere handlangers dan die hij opnoemt, bij voorbeeld bij het kwartelen, bij het jagen op waterwild, bij het vangen van houtsnippen met flouwen. Hij al die bedrijven kan hij, die eene akte heeft, zich, mits op het terrein zijnde, door anderen, zonder akte, laten bijstaan. Men zou dus. in het stelsel van den geachten afgevaardigde, eene vollediger bepaling behoeven, om alle helpers te omvatten. Maar het is, geloof ik, alleszins raadzamer, dit beginsel zwijgend door de wet te doen erkennen. Naar mijn inzien moet letter a wegvallen.

Er was, verklaarde de minister, eene bizondere reden, om in dit artikel sommige handlangers van den jager te noemen, terwijl van polsdragers en drijvers, die evenmin eene akte noodig hadden, kon worden gezwegen. Immers, bij havikken- of valkendragers viel het moeilijk uit te maken, wie eigenlijk de jager was.

Ik blijf gelooven dat, in het belang van het bedrijf zelf, waarvan de geachte voorsteller een groot minnaar is, noch lit. a van art. 12, noch de uitbreiding, welke hij daaraan zou willen geven, aannemelijk is. Onder wilddragers, wanneer de wet die noemt, zal de jachtopziener of zelfs de rechter geenszins zoo menigen handlanger begrijpen, die men bijv. bij het vangen van waterwild gebruikt en moet kunnen gebruiken, zonder akten voor hem te nemen. Zoodat, wanneer men alle helpers omvatten wil, de catalogus van den geachten spreker nog eene aanzienlijke uitbreiding zou moeten ondergaan.

De Minister is het, wat het beginsel betreft, met mij eens, maar hij oordeelt dat ten aanzien der valkendragers en strikliouders eene onderscheiding moet worden gemaakt. Waarom ? Omdat de opziener hen, die de valken dragen of de honden vasthouden, zou kunnen verwarren met den man, dien de jacht aangaat, die haar heeft aangelegd en bestuurt. Mijnheer de Voorzitter, het artikel zelf onderstelt geen strikhouder, dan in dienst van iemand, die aan het hoofd der jacht is, en die, op de eerste vraag aanstonds te ontdekken, in het bezit eener jachtakte moet zijn. Neemt men aan, dat iemand zijn eigen strikhouder ware, dan moet hij zelf de jachtakte hebben. Verwarring van hem, die de honden voor een ander vast-

Sluiten