Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik geloof met den spreker, die zooeven eindigde, dat de geachte spreker uit de hoofdstad (de heer Godefroi) ons besluit heeft afgescheiden van de oorzaak. Welke was die? Eene behoefte, dooide Kamer gevoeld, om de amendementen in de sectiën te onderzoeken ? Geenszins. Niemand heeft dat verlangen geuit. Geen lid oordeelde, geloof ik. het brengen der zaak in de afdeelingen voor zich noodig; ik zoo min als een ander. De eenige oorzaak was aan den wensch des Ministers toe te geven ; en wat zou nu de Minister hebben aan een verslag, zoo hij niet in de gelegenheid ware, daarop schriftelijk te antwoorden? Hetgeen ons bewoog was de verklaring des Ministers, dat hij de mondelinge discussie over de amendementen van den heer Sander niet kon aanvaarden, zonder voorafgaande grondige schriftelijke gedachtenwisseling. Ik heb zeer wel gevoeld, dat onze inschikkelijkheid eene afwijking van het Beglement van Orde was; maar wij wilden den Minister het overleg gemakkelijk maken. Het is ook in het belang der zaak. dat aan een Minister, die zich nog niet voldoende ingelicht verklaart, de noodige tijd gegeven worde tot behoorlijke behandeling.

Daarvan is evenwel het gevolg dat het tijdstip van wederopvatting der discussie nu nog niet kan bepaald worden, omdat men niet kan verlangen dat de leden, gereed om huiswaarts te keeren, hier op het antwoord des Ministers zullen wachten.

Ontwerp van wet tot definitieve vaststellino van Hoofdstuk V der staatsbegrooting (Binnenlandsche zaken) voor het dienstjaar 1857 (vergel. hiervóór blz. 564). Algemeene beraadslaging.

Ik vraag de aandacht van de Vergadering en van den Minister voor drie onderwerpen.

1. Het eerste punt betreft eene vraag, bij besluit der Kamer onlangs aan den Minister gedaan. Er is besloten het procesverbaal der enquête omtrent het Zwolsche Diep aan den Minister van Binnenlandsche Zaken te verzenden, met verzoek om inlichting. Ik heb tot dat besluit niet medegewerkt; maar nu het genomen is, schijnt het mij zeer wenschelijk dat de Minister goedvinde. die inlichtingen zoo ras mogelijk te doen geven. Ik zou gewenscht hebben de taak van den Minister gemakkelijker en eenvoudiger te maken; maar ook nu nog, in dezen vorm van verzending, kan geloof ik, na het onderzoek in 1850 of 1851 van wege het Ministerie van Binnenlandsche Zaken ingesteld, een spoedig antwoord worden gegeven, opdat deze zaak eindelijk eene bevredigende uitkomst erlange.

Sluiten