Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voornamelijk door haar in het ontwerp gebracht, door dit Ministerie zijn aangenomen en beschermd. Mij dunkt, Mijnheer de Voorzitter, dat is, vergeleken met die poging tot reactie, een toets en een triunif der waarheid, dien wij wel mogen erkennen.

Beraadslaging over de twaalfde afdeeling (Telegrafie).

In de zitting van gisteren. Mijnheer de Voorzitter, heeft de Minister met een paar w7oorden eene bedenking aangeroerd, die over den onderzeeschen telegraaf in ons verslag voorkomt. Het geldt de \ 1 aag om concessie voor eene tweede telegrafische gemeenschap met Engeland. Wanneer ik thans opgestaan ben om daarover te spreken, is dit gewis niet om den Minister te bestrijden; integendeel. de Minister zal in mijne rede een nieuw blijk van mijn vertrouwen vinden.

I)e zaak zelve gaat mij ter harte. Het is een algemeen belang, dat ik indertijd met ijver heb bevorderd. En ook nu nog liefkoos ik de gedachte aan mijne toenmalige tusschenkomst. Ik herinner mij dat. toen ik in 1852 aan den Koning had voorgedragen de concessie voor den onderzeeschen telegraaf te verleenen, ik de vraag uit de tweede of derde hand moest hooren: is de heer Thorbecke. dien wij tot dusverre voor een verstandig man hielden, een droomer geworden? Het was daarenboven een novus homo, aan wien de concessie bij voorkeur gegund werd boven hoofden \an gioote maatschappijen, die zich elders reeds hadden doen kennen. Vanwaar die voorkeur? Omdat alleen hij. die de concessie erlangde, haar vroeg zonder uitsluitend recht.

V\ at is nu, buiten den Minister en vóór dat hij het departement had aanvaard, geschied? De concessie van 1852 was verleend op drie voorwaarden: vooreerst geen uitsluitend recht; in de tweede plaats vestiging eener maatschappij voor de exploitatie hier te lande; in de derde plaats het hoofdbureau nergens anders dan in den Haag. De concessionaris had het bureau liever te Amsterdam gehad; doch hem werd geantwoord: dit gaat niet aan; indien men toegeeft dat het bureau gevestigd worde te Amsterdam, men zou moeten toegeven aan dergelijk verzoek ten aanzien van Rotterdam; den Haag ligt aan zee of het naast daaraan; hier zal dus het bureau wezen, en daarbuiten zal de Rijkstelegraaf in den dienst voorzien. Niet alleen deze, maar al drie de voorwaarden zijn later verkracht of verzaakt. Men heeft het bureau naar Amsterdam laten overbrengen ; men heeft op het papier eene maatschappij hier te lande opgericht, de zoogenaamde Internationale maatschappij; op het papier, want inderdaad bestaat die maatschappij niet. Ik heb hier voor mij twee redevoeringen van den heer Ricardo, door hem gehouden in vergaderingen der Engelsche electric-maatschappij, waarin

Sluiten