Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij verklaart dat de internationale maatschappij slechts voor de leus is ingesteld. Herhaalde aanvragen om eene tweede telegrafische gemeenschap te mogen aanleggen, werden door onze Regeering geweigerd, en alzoo een uitsluitend bezit aan den concessionaris verzekerd.

Waarom geweigerd? Omdat, zooals het officieele antwoord luidde: „ omdat er voor het tegenwoordige geene behoefte aan eene tweede telegrafische gemeenschap bestaat": of. zooals de Minister ons gisteren gezegd heeft, omdat de vraag gedaan was vanwege eene concurreerende maatschappij, en. bij gunning, de draad, die nu ligt, wel eens kon worden verlaten. .Eene concurreerende maatschappij": op zichzelf zou dat juist wezen wat ik verlang en ieder verlangen moet. Concurrentie is juist wenschelijk. Hoe wenschelijk die zij, is uit de belijdenis van de Regeering zelve opnieuw gebleken: toen de vraag om eene tweede concessie gedaan was. heeft aanstonds de tegenwoordige concessionaris aangeboden het tarief te verlagen. Of dat aanbod gevolg heeft gehad, weet ik echter niet. In allen geval, concurrentie is nuttig en wenschelijk: doch wat bedoelde de Minister? De Minister heeft zich gisteren zeer kort uitgedrukt: maar de zin is mij klaar geworden uit het stuk dat ik in December of Januari j.1. op mijne vraag in de vergadering van den vorigen Minister van Binnenlandsche Zaken ontving. Ik heb dat stuk met aandacht nagegaan; ik zal daarvan geen misbruik maken en alleen dat gebruik, waartoe de verklaring des Ministers van gisteren mij aanleiding geeft.

Ik vergenoeg mij met ééne algemeene opmerking. Het stuk zal op elkeen die het leest, zoo hij de zaak kent, den indruk maken, dat de feiten niet met volkomen juistheid zijn voorgesteld en dat de redenen die zijn van belanghebbenden, welke op alle wijze mededinging willen keeren. Welke was echter de vrees, waarop de Minister gisteren doelde ? In Engeland bestaat de zoogenaamde Electric-company. met den heer Ricardo aan het hoofd, thans bezitster der concessie, ten gevolge waarvan onze telegrafische gemeenschap met Engeland is aangelegd. Er is eene tweede, de SwimanW-Telegraph-company, aan welke de twee draden van Calais en van Ostende naar de kust van Engeland behooren. Zoo ik mij nu niet bedrieg, is de meening van den Minister deze: de tweede aanvrage geschiedde eigenlijk, schoon niet in naam, voor de «SMèwdmi^-telegraafmaatschappij, die zich meester wilde maken van den kabel tusschen onze kust en Engeland, om dien vervolgens te laten vervallen. Ik geloof Mijnheer de Voorzitter, dat die vrees ijdel is en ingegeven door de andere Engelsche maatschappij, aan wie onze concessie is overgegaan. Deze draad, 'eens met groote kosten tot stand gebracht, zal waarlijk niet licht worden verlaten, wie daarvan ook eigenaar zij. Te minder, daar die kabel de hoofdThorbecke, Parlementaire redevoeringen, 1856— 1857. 39

Sluiten