Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

27 Mei. Ontwerp van wet tot regeling der jacht en visscheri.t (vervolg). Artikel 41. Bij herhaling van overtreding van artikel 41 kon, krachtens artikel 42 van het ontwerp, gevangenisstraf worden opgelegd. Den heer van Nispen van Sevenaar kwam dit te streng voor. De rechter, merkte daartegenover de heer Godefroi op, zou echter niet verplicht zijn, gevangenisstraf op te leggen.

Ik geloof, dat de geachte spreker uit Zevenaar gelijk heeft; doch zijn bezwaar, dunkt mij, komt niet te pas bij art. 41, maar bij art. 42. Hetgeen hij zeide, versterkt de redenen van hen, die gevangenisstraf, althans als hoofdstraf, afkeuren; redenen, die ik bij dat artikel desnoods denk te doen gelden, ook tegen het geachte lid uit de hoofdstad (den heer Godefroi), indien dat lid mocht terugkomen tot het betoog, waarmede hij zooeven de voorgestelde gevangenisstraf verdedigde. De rechter, zeide hij, is vrij de gevangenisstraf niet toe te passen. Gaat men zóó ver, dan kunnen wij de regeling der straffen wel uit de wet laten en ons vergenoegen met de oude, eenvoudige uitdrukking, die wij ook nog in de wet van 1807 vinden: arbitraire correctie.

Artikel 42. Het ontwerp schreef voor:

Eene gevangenisstraf' zonder geldboete wordt opgelegd van een tot drie weken, wanneer de overtreding is begaan:

„a, door een der beambten, in art. 37 vermeld;

„d. wanneer de overtreders binnen de laatste twaalf maanden, aan de overtreding voorafgegaan, wegens jachtovertreding zijn veroordeeld, enz."

Daartegenover stelde den heer Sander voor, den aanhef te lezen: „Het dubbel der bij het vorig artikel bedreigde boete, met of zonder gevangenisstraf van ten hoogste zeven dagen, wordt opgelegd, wanneer de overtreding is begaan:

„a. enz." Sub-amendement van den heer van der Linden, daaruit de woorden: „met of zonder gevangenisstraf van ten hoogste zeven dagen" te schrappen.

Ik ondersteun het amendement van den geachten afgevaardigde uit Almelo. Het amendement van den heer Sander breekt de richting, welke de Minister, in strijd met de beginselen der hedendaagsche strafwetgeving, zooals door den geachten afgevaardigde uit de hoofdstad (den heer Godefroi) werd aangetoond, ons zou willen doen inslaan. Maar ook de facultatieve gevangenisstraf gaat te ver. Zij is noch in overeenstemming met de behoefte, noch met het stelsel, waartoe wij in de laatste jaren meer en meer zijn genaderd.

Vooraf een enkel voorbeeld bij degene, welke door het geachte lid uit Almelo zijn aangevoerd. Volgens art. 479 van het Code Pênal — en eene vergelijking met het Code Pénal zal vanwege het karakter, dat de spreker uit Almelo terecht heeft aangeduid, wel eenige beteekenis hebben — worden zij, die opzettelijk aan eens anders roerend eigendom schade hebben toegebracht, gestraft met

Sluiten