Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oordeelde, zou hij wel niet tegen de letter, maar blijkbaar tegen de bedoeling der wet handelen ; en dat deze aldus door onze rechters zou worden miskend, acht ik niet denkelijk.

De voorzitter stelde voor de zitting te verdagen tot 16 Juni, met machtiging om, indien er dan niet genoeg werkzaamheden te verrichten waren, het einde van het reces eenige dagen later te stellen, maar de heer van Hoëvell verlangde in elk geval op 16 Juni weder bijeen te komen. Was, zeide hij, de onderwijswet dan nog niet in staat van wijzen, welnu, dan zou de kamer verschillende andere ontwerpen in de afdeelingen kunnen onderzoeken. Waarom op dat onderzoek aangedrongen ? vroeg de heer Groen van Prinsterer; bij het systema der kamer wat betreft de gevolgen van sluiting deizitting kon van die andere ontwerpen immers toch niets meer tot stand worden gebracht.

Ik ondersteun hetgeen de laatste spreker heeft gezegd, en zoomede het voorstel van onzen geachten Voorzitter. Aan den ijver der Kamer kan niemand twijfelen en haar aandeel in het maken van wetten, — ik beroep mij op het jongste voorbeeld, de discussie over de jachtwet, — is niet minder groot dan het aandeel der Regeering. Hetgeen men aan de Kamer te doen geeft zal zij afdoen, indien zij, het tijdstip in aanmerking genomen, kan hopen dat de taak voor afdoening vatbaar is. Er is werk, zegt men, wij kunnen in de sectiën gaan om de wet op de nationale militie te onderzoeken ; maar met welk vertrouwen en welk gevolg ? Indien wij nu uiteengaan, zou het ijdel wezen over 14 dagen terug te keeren, zoo dan nog .niet ontvangen ware, hetgeen de eenige groote taak is, die voor deze zitting nog overig blijft, het ontwerp tot regeling van het onderwijs. Kon er dus eene wijziging van het voorstel van den geachten Voorzitter te pas komen, dan zou ik veeleer verzoeken dat de Kamer niet wierd opgeroepen vóór het tijdstip, waarop de discussie over dat ontwerp kan worden aanvaard.

Het onderzoek der afdeelingen, verklaarde de heer Storm van 's Gravesande, al was er ook geen kans dat de ontwerpen in deze zitting zouden worden afgedaan, zou voor de regeering van veel nut kunnen zijn, omdat deze dan bij de tweede indiening met de gemaakte opmerkingen kon rekening houden.

Ik heb het woord van den geachten afgevaardigde uit Steenwijk, dat men gewoon was van mij voorstellen tot uitstel te hooren, niet begrepen, en zal er dus niet op antwoorden.

De bestemming van het onderzoek in de sectiën is, meen ik, niet enkel, dat wij bureaux van onderzoek voor het Gouvernement formeeren ; wij onderzoeken ook voor ons zeiven, ten einde daarna af te doen. Kan men ijver en ernst bij de leden verwachten, wanneer een groot onderwerp aangevat wordt tegen het einde van

Sluiten