Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

krijgen, althans eene schoolgeldplichtigheid begeerden. Wanneer ik nu den geachten afgevaardigde uit Delft (den heer Wïntgens) hoor zeggen dat de meerderheid der sprekers bij de algemeene beraadslaging zich voor dat beginsel heett verklaard, dan weet ik, die de algemeene beraadslaging niet kon bijwonen, dat verschijnsel niet te verklaren.

Men heeft de richting, die ik voorsta, niet zeldzaam aangevallen met groote woorden, met hardklinkende verwijten, en daarondei behoorde inzonderheid het verwijt, dat wij een Stuctts-alvertnoyen willen. Zoo die beschuldiging op iets toepasselijk ware, zij zou het wezen op t geen nu door sommige leden schijnt te worden verlangd.

De Staat heeft groot belang bij eene goede opleiding zijner burgers ; de Staat heeft in duizenderlei opzichten groot belang bij de regeling van de levensbaan der ingezetenen van allen leeftijd, de Staat heeft er groot belang bij, dat ieder zijne kapitalen op de rechte wijze bestede; maar geeft dit aan de overheid eenig recht om te grijpen in hetgeen uitsluitend aan de persoonlijke vrijheid behoortV ik heb het mij steeds tot plicht gerekend, waar het pas gaf, streng te onderscheiden tusschen het gebied, waar overheidsgezag regeeren kan. en dat. hetwelk aan de partikuliere \iijheid moet voorbehouden blijven. Tot het laatste, door geen publieke macht hoegenaamd te betreden, behoort mijns inziens de bevrediging van de behoefte om zich te onderrichten. Waar zal het heen, wanneer wij bij het lager onderwijs dwang van Staatswege toelaten V Zullen wij dan ook niet in andere sferen, bij het middelbaar en hooger onderwijs, bij het bestuur van zoo menigen levenskring, waarin de burgers zich bewegen, dergelijk gezag moeten erkennen i Ik neem aan. dat de Regeering, voorgelicht door deskundigen, in menig opzicht beter zal weten wat deze en gene te doen hebbe, dan hij in zijn beperkten toestand zelf. Geeft dat een recht om hem te gebieden wat hij te doen heeft V

Mij dunkt. Mijnheer de Voorzitter, wij moeten dat wat door de leden, die zoodanigen dwang voorstaan, gewenscht wordt, wachten van de toenemende beschaving. Het is eene vrijwillige vrucht, eene vrucht die niet gekweekt kan worden door overheidsgebod; wij moeten die vrucht afwachten, en zij zal komen, wanneei Regeering en partikulieren het hunne doen om gelegenheid van onderwijs te openen en uit te breiden.

Wat het voorgestelde in het bijzondei betreft, het komt mij vooi. gelijk den geachten spreker uit Almelo (den heer van Hoëvell), dat alleen de spreker uit Warffum (de heer Reinders) consekwent is; hij heeft ronduit en geheel gezegd wat hij wil. De voorsteller van het amendement schijnt voor een rechtstreeksche uitvoering van het beginsel terug te deinzen, en zich voor het oogenblik met minder te willen vergenoegen. In de eerste alinea van zijn amen-

Sluiten