Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE VOORDRACHT.

De muskieten zijn voor de pathologie van het hoogste gewicht, omdat zij de overbrengers van tal van infectieziekten bij den mensch zijn, zoo b. v. de stegomyia fasciata van de gele koorts, culexsoorten van filariose, sommige anophelina van malaria.

Op zeer enkele uitzonderingen na in het geslacht culex zijn het alleen de wijfjes, die bloed zuigen; de mannetjes leven bijna alleen van plantaardig voedsel.

Practisch voor ons van gewicht is vooral de onderscheiding van het oude geslacht anopheles van de groep culex.

Daarvoor dienen de volgende punten:

A. Volkomen insect.

Men kan zoowel bij de groep culex als bij de groep anopheles de mannetjes gemakkelijk met het bloote oog van de wijfjes onderscheiden, doordat eerstgenoemden sterk gepluimde sprieten (antennae) hebben, terwijl de sprieten bij de wijfjes weinig gevederd zijn en dus lang niet zoo in 't oog vallen.

Bij de mannetjesculex zijn de kaakpalpen (palpi) langer dan de zuigsnuit, bestaan uit vijf geledingen, zijn naar buiten omgebogen en loopen in een punt uit. De wijfjesculex heeft zeer korte, slechts uit drie geledingen bestaande palpen, die zeer weinig in het oog vallen.

Bij de anopheles zijn bij de mannetjes zoowel als bij de wijfjes de palpen ongeveer even lang als of langer dan de proboscis; wat den vorm betreft, zoo zijn bij de wijfjes de palpen ongeveer overal even dik, terwijl zij in den regel tegen de zuigsnuit aanliggen. Bij anophelesmannetjes daarentegen is het laatste lid kolfvormig verdikt.

Bijna alle culices, zoowel mannetjes als wijfjes, hebben vleugels zonder vlekken of stippen.

De vleugels der anopheles daarentegen dragen duidelijke vlekken of stippen, die bij de meeste der hier voorkomende soorten het sterkst of uitsluitend aan den voorrand van den vleugel gelegen zijn. Vooral met loupe-vergrooting zijn

Sluiten