Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE VOORDRACHT.

Malariaparasieten.

Wij zullen achtereenvolgens bespreken de parasieten van de malaria tropica, die van de tertiana en van de quartana. 1° De parasiet der malaria tropica, Laverania malariae.

In het volgens Romanowsky gekleurde praeparaat vindt men in het begin van den koortsaanval in de roode bloedcellen kleine ringetjes, die blauw gekleurd zijn. De allerjongste hebben een diameter van niet meer dan 1/6 tot 1/10 van de roode bloedcel en zijn overal even fijn; de iets oudere zijn wat grooter en aan het eene eind iets dikker dan aan het andere. In den omtrek —bij de oudere parasieten in het dunste gedeelte, —ligt een karmijnrood gekleurde chromatinekorrel, (het kleurbare gedeelte van de kern der parasiet), die wat dikker is dan de blauwe ring daar ter plaatse, zoodat zij iets naar binnen en buiten uitsteekt. De bloedcel zelf, waarin de ring gelegen is, is niet vergroot en vertoont enkele kleuringsverschijnselen, waarop wij nog nader terugkomen.

Verder in de koorts worden de ringen wat grooter en tegen het einde daarvan, in het begin der apyrexie, kunnen zij zóó groot worden, dat zij ongeveer een derde van de doorsnede van een bloedcel innemen.

thoi'k'mux-

<;ëx.

De bloedcel zelf wordt ook bij die oude parasieten niet vergroot, is integendeel soms wel wat geschrompeld. De parasiet behoudt meestal zijn zuiveren ringvorm. Bij oudere is evenwel het gedeelte, dat tegenover de chromatinekorrel ligt, belangrijk dikker, zoodat de parasiet dan duidelijk den vorm heeft van een zegelring. Dat dikkere gedeelte is veelal niet geheel gelijkmatig blauw gekleurd, maar vertoont een structuur, die men kan vergelijken met onregelmatige balkjes, die door elkaar loopen.

Sluiten