Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TERTlANAPARASIt 1 tN.

stippeling treedt bij kleuren vlugger op dan de tropicastippeling; zij is meestal na een kwartier kleurens met de vroeger aangegeven oplossing zeer duidelijk. Soms treedt zij nog spoediger op. Zij wordt toegeschreven aan een degeneratie der bloedcel.

De volwassen parasiet neemt de vergroote bloedcel geheel in, zoodat zij l'/2 a 2 maal zoo groot kan worden als een gewone erythrocyt. Wanneer zij ongeveer 40 uur oud is, begint de deeling. Het chromatine, dat tot dusverre als een enkele korrel in de parasiet aanwezig was, gaat zich verdeelen, eerst in twee, dan in vier en vervolgens in nog meer deelen, het plasma legt zich daaromheen en als deze deeling is afgeloopen, valt het geheel uiteen en dringt de jonge merozoit weer een nieuwe bloedcel in. Van den deelingsvorm is in den regel het pigment als een dikke brok in het midden gelegen. Het gebeurt ook, dat het excentrisch ligt en het komt ook voor, dat de parasiet zich verdeelt, zonder dat deze pigmentophooping heeft plaats gehad. Het aantal sporen is niet constant. Het meest vindt men omstreeks 16, maar het kan varieeren van 8 tot 32.

De groepeering der sporen is in den regel vrij onregelmatig (zoogenaamde druifvorm); in sommige gevallen ligt het pigment centraal en ziet men de sporen in twee concentrische cirkels daaromheen, den zoogenaamde zonnebloemvorm. Alle ontwikkelingsstadiën der tertianaschizonten komen in het perifere bloed voor; men kan den geheelen ontwikkelingscyclus dus gemakkelijk bestudeeren. Toch vindt men, vooral in de deelingsperiode, meer in het centrale bloed, speciaal milt en beenmerg, dan in de periferie.

Van buitengewone vormen van tertiana-parasieten is niet veel te vertellen, omdat zij reeds normaal allerlei grillige figuren aannemen. Alleen moet ik nog zeggen, dat men hier ook wel de zgn. indringingsvormen ziet, die bij tropica beschreven zijn. Men vindt ze bij tertiana echter minder

Sluiten