Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE VOORDRACHT.

van moeraskoorts vertoonde. Zonder twijfel is evenwel die aangeboren malaria uiterst zeldzaam, in tegenstelling met infectie kort na de geboorte, die buitengewoon algemeen is.

IMMUNITEIT.

Immuniteit voor malaria in den strikten zin van het woord komt haast nooit voor. Er zijn enkele gevallen bekend, waarbij iemand bij voortduring in een zwaren malariahaard leefde, zonder ooit ziek te worden. Ik zelf heb iemand gekend, die 7 jaar te Tjilatjap had doorgebracht zonder daar ooit koorts gehad te hebben, zonder dat de voedingstoestand iets had geleden en zonder miltzwelling. Het bloed bevatte geen parasieten.

Dat deze aangeboren immuniteit niet altijddurend belioett te zijn, volgt ook hier uit dit geval, daar die persoon een paar jaar later toch nog malarialijder is geworden.

Verder is het noodige over de immuniteit reeds vroeger gezegd.

HEuailM'lllSCIIE I 'ERSI'IIEIDIXI.

Wij moeten nu nog enkele woorden spreken over de geographische verbreiding in onzen archipel.

Veel zullen wij daarvan niet zeggen, omdat Dr. Grijns hierover meer uitvoerig zal handelen. Absoluut malariavrij is met zekerheid in onzen archipel geen enkele plaats. Men heeft een tijdlang gemeend, dat sommige van onze hoogvlakten, zooals die van Bandoeng, van Soekaboemi en enkele bergterreinen, zooals Sindanglaja, geheel malariavrij waren, en dit naar aanleiding van onderzoekingen van Kocli.

Deze beoordeelde de vraag of op een plaats al dan niet malaria voorkomt naar de uitkomst van het onderzoek van een aantal kleine kinderen op parasieten. Zoo hij bij geen van deze malariaparasieten vond, verklaarde hij de plaats voor malariavrij, op grond van de wetenschap, dat kleine kinderen verreweg de grootste dispositie vertoonen en dat men dus, als een groot aantal daarvan malariavrij is, mag aannemen, dat geen malaria voorkomt. (Men noemt tegenwoordig het percentage kleine kinderen, dat malariaparasieten bevat, de malariaindex van een plaats). Nu is ons evenwel

Sluiten