Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEOGRAPHIE.

Europeanen in het algemeen niet zooveel malaria hebben als de Inlanders en dat ook zelfs in Europeesche huizen minder anopheles voorkomen dan in vlak daarachter gelegen kampongwoningen. Het voorkomen van malaria is dus aan allerlei locale omstandigheden gebonden en tijdelijk en plaatselijk wisselend en het is dus niet wel doenlijk, omtrent liet al of niet heerschen dezer ziekte algemeen vaststaande regels te geven.

Waar men een plaats op het voorkomen van malaria wil beoordeelen, daar zal men wel doen, een zoo groot mogelijk aantal bewoners te onderzoeken, waarbij de zoogenaamd gezonden bij het uitwerken der resultaten worden gescheiden van de zieken.

Wil men bovendien de oorzaak van het optreden van malaria nagaan, dan is een uitgebreid plaatselijk onderzoek strikt noodig, waarbij alle gelegenheden tot broeden van anoplieles worden opgespoord, en, waar men de ziekte wil bestrijden, vernietigd.

Het gaat niet aan, om hier algemeene wetten en regels te decreteeren; iedere plaats moet op zich zelf worden onderzocht en beoordeeld.

Gaan wij thans eenigszins nader na, hoe de malaria zich over den archipel verdeelt, dan vinden wij, dat op Java bijna de geheele kuststrook een intense malariahaard is. Sommige plaatsen, zooals Semarang, Tandjong Priok, Tjilatjap enz. zijn erger dan andere, maar overal is toch de malaria van grooten invloed op de gezondheid. Op Sumatra vinden wij in Telok Betong en Benkoelen zware malariahaarden. Dan komt Padang, dat ongeveer malariavrij heet, en daarop volgen aan de kust Siboga, Sinkel, Melaboe enz., die er veel van te lijden hebben. Waaraan het ligt, dat de verhoudingen op Padang zooveel gunstiger zijn, weet ik niet; het vlak bij gelegen Emmahaven is al veel minder gezond. Bandjermasin en Palenibang schijnen geen malariahaarden van beteekenis te zijn. Dat zal allicht hieraan

Sluiten