Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SYMPTOMATOLOGIE.

hoog was en schommelde tusschen 38n5 en 40n5. Zij had geen hoofdpijn, geen pijn in de leden, voelde zich opgewekt en had eigenlijk in het geheel geen klachten.

Na een paar dagen, toen de toestand niet veranderde, riep de behandelende geneesheer mij in consult, omdat van den aanvang af een verschijnsel had bestaan, dat hem zeer had verontrust, nl. een zeer slechte pols. Ik vond patiënt, zooals beschreven is, opgewekt, volkomen helder te bed liggen. Zij voelde zich geheel gezond en kon zich niet begrijpen dat zij koorts had, maar toen ik den pols voelde, schrok ik toch werkelijk! Ik telde ruim 140 slagen in de minuut! Hij was zeer klein, bijna filiform, onregelmatig en inaequaal. Afwijkingen in de organen waren niet te constateeren; alleen was het hart licht naar rechts uitgezet en waren de harttonen buitengewoon zwak. Het bloed was reeds onderzocht; er waren geen parasieten in gevonden. Wij hebben toen de fout begaan van niet nogmaals het bloed te onderzoeken, maar ons tevreden te stellen met het symptomatologische ziektebeeld.

Het trauma, de volkomen euphorie bij remitteerende koorts en de zeer slechte pols deden ons een septicopyaemie aannemen en daarop werd de behandeling ingesteld.

Toevalligerwijs bevond zich, toen de patiënt ongeveer • een week in dien toestand had verkeerd, op een morgen een geneesheer in huis, toen er een sterke remissie in de temperatuur optrad. Hij maakte nog eens een bloedpraeparaat, stuurde mij dit, en ziet, ik vond er een aantal tropicaringen in. Ik telefoneerde onmiddellijk den behandelenden medicus, er werd in zeer ruime dosis chinine ingespoten en twee dagen daarna was de patiënt koortsvrij, maar het heeft nog een maand geduurd vóór de hartswerking weer volkomen normaal was. De fout lag hier aan mij. Ik had niet moeten volstaan met een enkel bloedonderzoek, maar had dit, toen ik de patiënt voor het eerst zag, moeten herhalen. Maar daar ik den behandelenden geneesheer als zeer

Sluiten