Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELFDE VOORDRACHT.

kunnen afleiden, dit medicament geven in voldoende dosis, dat is dus bij volwassen, krachtige Europeanen 's morgens en's avonds één gram, bij vrouwen, Inlanders en kinderen naar verhouding wat minder. Deze dosis moet minstens vier dagen achtereen worden toegediend. Wordt de patiënt daarbij koortsvrij, dan mag men natuurlijk wel niet met zekerheid besluiten tot de aanwezigheid van malaria, maar doet men toch verstandig,' den patiënt verder als malarialijder te behandelen. Reageert de patiënt in die vier dagen niet of onvoldoende, dan kan men nog een paar dagen doorgaan, maar als de proef eene week is voortgezet, kan men veilig er mede uitscheiden, als er geen zeer duidelijke reactie is ingetreden. Men heeft dan vrij zeker niet met malaria te doen, want de gevallen, waarin de patiënt in dien tijd op deze dosis in het geheel niet reageert, zijn in den regel zóó kwaadaardig, dat de patiënt reeds vóór afloop der proef is overleden. Er bestaat geen enkele reden, om het toedienen van chinine gedurende weken lang voort te zetten, zooals dat in de practijk meermalen gebeurt.

Ik herinner mij een geval, waarbij een patiënt vier maanden lang drie gram chinine daags kreeg, zonder dat de temperatuur daarop duidelijk reageerde en waarbij de dokter toch maar overtuigd bleef, dat malaria de oorzaak der koorts moest zijn. Hij stuurde den lijder naar mij, omdat hij nog nooit zoo 'n hardnekkig geval van malaria had gezien, en met verzoek om mijn meening te hooren over de vraag, of er geen reden was, om den lijder vier gram daags te geven. Het was echter een leverabsces, dat de koorts had veroorzaakt en operatief ingrijpen maakte direct een eind aan de chronische temperatuursverhooging.

Dat is nu wel een uiterste, maar het is toch zeer algemeen, dat men de chininetoediening veel langer voortzet, dan noodig en dan voor de digestie van den patiënt wenschelijk is.

Sluiten