Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

THERAPIE

urgentie geven zij telkens 2 gram subcutaan en daarna om de zes of acht uren 1 gram of minder, al naar de verschijnselen. Nabehandeling als boven.

Mannaberg geeft bij intermitteerende koorts J tot o uur voor den te verwachten aanval 0.3 tot 0.5 murias of bimurias

.1/.I.Y.Y.I/</•:/?//.

chinini en herhaalt die gift 4 tot 5 dagen achtereen, uan geeft hij eenmaal's weeks op denzelfden tijd dezelfde dosis. Bij tropica met korte intermissies liandelt hij naar het bloedonderzoek. Hij wacht met toediening van chinine, totdat hij in het levend bloed overwegend groote tropicaringen vindt met geconcentreerd pigment.

Ik wil hier direct even bijvoegen, dat dit voor een klein hospitaal gaat, maar voor buitenpractijk van eenigen omvang absoluut onmogelijk is, zoodat ik deze methode van Mannaberg voor tropica-behandeling voor de practijk niet aanraad.

Waar remitteerende of subcontinue koortsen bestaan, geeft Mannaberg zoodra de diagnose malaria zeker is, per os of onderhuids l'/2 a 2 gram chinine in twee tot vier uur tijd, dan om de 12 uur één gram tot de temperatuur daalt en darna nog 4 tot6 dagen 1 gram per 24 uur. Bij pernici-euse verschijnselen geeft hij telkens 1 tot 2, soms 3 gram subcutaan en dan om de 6 of 8 uur een gram tot zoo lang noodig blijkt; daarna haat hij over tot kleinere doses met grootere tusschenruimte.

Manson wacht bij gewone intermitteerende koorts tot de patiënt begint te zweeten en de temperatuur gaat dalen, daarna begint hij direct met 10 grein, liefst in oplossing, in eens en daarna iedere 6 tot 8 uur 5 grein. Hiermee gaat hij 7 dagen door en geeft dan om de 5 tot 7 dagen gedurende ongeveer 6 weken 5 tot 15 grein. Nadat de patiënt een week chinine heeft gebruikt, begint Manson dadelijk met de toediening van arsenik-staalpillen. Bij zware gevallen is voor hem 10-15 grein subcutaan een volle dosis, die tot drie maal per 24 uur mag worden gegeven.

Sluiten