Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFTIENDE VOORDRACHT.

schijnselen zeer zeldzaam, zoodat zij ons, rekening houdend met liet enorme nut, dat cliinine bij malaria heeft, nooit mogen doen aarzelen, dit medicament in behoorlijke dosis voor te schrijven, tenzij wij weten, dat er idiosyncrasie bestaat. Aan den anderen kant moeten zij ons wel leiden tot voorzichtigheid, en moeten wij de buitengewoon groote giften vermijden, die vroeger dikwijls gegeven werden en die veel vaker dan de kleinere aanleiding geven tot vergiftigingsverschijnselen. Meer dan drie gram per etmaal geef ik nooit.

ML'Tlir-

Thans moeten wij een enkel woord wijden aan andere medicamenten, die als malariamiddel zijn aangeprezen. Daar¬

van noem ik in de eerste plaats het methyleenblauw (medicinale purissimum Höchst). Dit is werkelijk in vele gevallen van tertiana en quartana bruikbaar; bij tropica werkt het minder zeker. Men geeft het in ouwels in dezelfde gift als chinine en combineert elke dosis met een kleine mespunt vol pulv. nuc. mosch., met de bedoeling, daardoor de na gebruik van dit middel veelal optredende urinebezwaren te voorkomen.

Men zal verstandig doen, de patienten bij het voorschrijven ervan te waarschuwen dat de urine en de ontlasting sterk blauw gekleurd worden, ja dat zelfs de huid een blauwe tint kan aannemen. Doet men dit niet, dan loopt men alle kans om, zooals een collega hier het beleefde, 's nachts te worden gealarmeerd door de doodelijk ongeruste familie, die meer dan wanhopig was over de vreemde producten, die de patiënt voor den dag bracht.

Men heeft methyleenblauw ook wel onderhuids ingespoten; ik waarschuw daartegen omdat het zeer licht aanleiding geeft tot necrose en abscessen.

Tal van andere medicamenten gaan wij met stilzwijgen Voorbij, omdat zij geen waarde hebben. Alleen wil ik hier nog even noemen de gambir hoetan, omdat U later in de practijk allicht gevraagd zal worden, dit middel, dat een

\

Sluiten