Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZESTIENDE VOORDRACHT.

sus, door liet plotseling optreden van een pernicieusen aanval, die dan in den regel verloopt onder het beeld van een comatosa, hyperpyretica of algida. Weer in andere gevallen treedt de dood in onder de verschijnselen van plotseling bloedverlies; dergelijke lijders zijn zeer onrustig, benauwd, bedekt met klam zweet en hebben groote neiging tot flauwvallen. In al deze zware, dooaelijk verloopende gevallen duurt het geheele proces enkele dagen; de patiënt sterft in of kort na den aanval, maar het komt ook voor, dat de dood pas na drie of vier weken intreedt als gevolg van een compliceerende nephritis, waarbij dan zonder twijfel uraemie kan bestaan.

URINE.

Als wij nu nog even nader onze aandacht wijden aan de verschijnselen van den kant der urine, dan hebben wij daarmede de voornaamste zaken van de symptomatologie behandeld. De urine is karakteristiek donkerbruin tot bijna zwart; zij reageert meestal zuur en scheidt bij staan in de zware gevallen een zeer dik bruingrijs bezinksel af. Zij bevat zeer veel eiwit en veel bloedkleurstof. Spektroskopisch vindt men de strepen van oxyhaemoglobine, soms ook die van inethaemoglobine. Behalve langs spektroskopischen weg kan men natuurlijk de bloedkleurstof ook aantoonen met de reactie van Van Deen (guajaken terpentijn), terwijl dat in de meeste gevallen ook gelukt met de reactie van Heller (koken met kali). Dit laatste is echter niet altijd het geval; soms bevat de urine bij febris biliosa haemoglobinurica 'zoo weinig phosphaten, dat er bij koken met kali geen voldoend neerslag komt om de bloedkleurstof mee te slepen. Dit is mij meermalen overkomen. Mengt men evenwel dergelijke urine van een lijder aan zwartwaterkoorts met de urine van een normaal mensch en kookt men dan met kali, dan is reactie altijd duidelijk.

In het sediment vindt men een massa bruinkorrelige detritus, epitheel en in de zwaardere gevallen ook hyaline en korrelige cylinders, die dan eveneens bruin gekleurd

Sluiten