Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AAN DEN BESCHEIDEN LEZER.

Is er eemg werk de wereld ingezonden, dat eene „captatio benevolentiae" noodig had, dan is het wel dit, dat eene lange lijdensgeschiedenis achter den rug heeft Reeds twaalf jaar geleden werd het begonnen en de eerste helft er van verscheen toen in het tijdschrift „Noord en Zuid', en wel hoofdstuk I § 1—7 in jaargang X\ (1892), hoofdstuk I § 8, II §1—3 in jaargang XVI (1893>, hoofdstuk II § 4 in jaargang XY1II (1895', hoofdstuk II § 5a in jaargang XIX (1896), hoofdstuk II § 56 in jaargang XX (1897) en hoofdstuk II § 6 en 7 in jaargang XXIII (1900). Het werk, dat om verschillende redenen, waarover het niet noodig is hier uit te weiden, veel langzamer vorderde, dan ik gewenscht had, moest toen worden gestaakt, en ik zou het zeker niet hebben voortgezet, indien niet de uitgever, die reeds de afzonderlijke uitgave ter perse had gelegd, telkens wanneer daarvan een gedeelte in „Noord en Zuid" verschenen was, er ten sterkste bij mij op had aangedrongen, dat ik het zou voltooien. Ik ben daar eindelijk toe overgegaan en heb nu ook de tweede helft geschreven, waarmee mijn oorspronkelijk plan voor drie vierden is uitgevoerd. Eén vierde moest achterwege blijven, namelijk eene behandeling van de wijziging der woordbeteekenissen. Ik verzwijg dat niet, omdat ik ongaarne den indruk zou maken, alsof de woordvorm door mij belangrijker werd geacht dan de woordbeteekenis. Juist het tegenovergestelde is waar; maar daar toevallige omstandigheden er mij toe geleid hadden, de woordklanken uitvoeriger te behan-

Sluiten