Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gutturale en labiale r in Nederlandsch, Fransch en En gel sch, bl 101 vlg. Aphaeresis van p vóór consonanten in Fransch en Nederlandsch, bl. 192, van s vóór consonanten in Latijn, Grieksch en Germaansch, bl 192 vlg., van g vóór n en 1 in 't Latijn, bl. 193 vlg., van w vóór r en 1 in Latijn en Germaanse!), bl 191 vlg., van li vóór consonanten in het Germaansch, bl. 195 vlg, van h vóór klinkers in Fransch, Italiaansch en Grieksch, bl. 19Ü vlg., van s in Grieksch (n Armenisch, bl 197. Prothesis van klinkers in Hebreeuwsch, Romaansch en Grieksch, bl. 197 vlg Swarabhakti of sjewa in Hebreeuwsch, Latijn en Germaansch, bl. 198—201. Metathesis in Nederlandsch, Angelsaksisch en Friesch, bl. 201 vlg.

B. Klankverandering ter wille van de welluidendheid of ter vermijding van cacophonie. Letterverwisseling in Baskisch, Italiaansch, Fransch, Germaansch, Hebreeuwsch en Latijn, bl. 202—204. Epenthesis van d of t na 1, n, r, van h na m in Nederlandsch en Fransch, bl. 204 vlg. Hiaat vermijding: nu-ephelkustikon in 't Grieksch, bl. 205 vlg.; epenthesis van n, w, j, s, t bij hiaat in Nederlandsch, Fransch en Arabisch, bl 206—208. Elisie in Grieksch, Latijn, Nederlandsch, Germaansch, Romaansch, bl. 208—210. C rasisbij 1 ransch, Latijn en Grieksch, bl 210. Samentrekking in Arabisch, Gotisch, Nederlandsch, bl. 211 vlg. Dissimilatie in Grieksch, Latijn, Fransch, Italiaansch, Germaansch, Nederlandsch, bl. 212—214.

§ 7. Verhand van Klankverandering en Accent . . bl. 214

C. Invloed van den klemtoon bij klankverandering, bl. 214. Psychisch karakter van muzikaal en exspiratorisch accent, bl. 214 — 217. Zinaccent. Klankverandering door enclisis en proclisis in Germaansch, lloogduitsch en Nederlandsch, bl. 217 219; sandhi verschijnselen, bl. 219; vocaalharmonie in de Oeral-altaïsche talen (Majyaarsch, Turksch, lataarsch), bl.

219 221. Syllabaaraccent: diphthongeering in het Germaansch

bl. 221 vlg.; syncope van n vóór li in het Oergermaansch en vóór spiranten in het Saksisch, Angelsaksisch en Friesch, bl. 222 vlg. "Woordaccent: in het Semietisch, bl. 223 en in het Indogermaansch, bl. 223. Quantitatieve ablaut, bl. 223 221!; ablaut bij de sterke werkwoorden in het Germaansch, bl. 226—228. Verandering van wisselend in vast accent bij Keltisch, Italisch, Germaansch en Romaansch, bl. 228-231.

Sluiten