Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Syncope en apocope van klinkers in't Fransch, bl. 231. Aphaeresis van klinkers in Fransch, Italiaansch en Nieuw Grieksch, bl. 231 vlg.; aphaeresis van klinkers in Germaansch en Nederlandsch, bl. 232 vlg.; aphaeresis van lettergrepen in het Italiaansch, bl. 233. Germaansche „auslautgesetze"; apocope der n, bl. 233 vlg.; apocope der t en th, bl. 234 vlg.; apocope der ?, bl. ' 35 vlg ; apocope van de korte klinkers der laatste lettergreep, bl. 236 vlg.; verkorting der lange slotklinkers en tweeklanken, bl. 238 vlg. Klinkerverzwakking in jonger Germaansch en Nederlandsch, bl. '39. Syncope der i en u van de middelste open lettergrepen in het West-Germaansch, bl. 239 vlg. Vroegere invloed van het accent op het Chineesch en de andere monosyllabische talen, bl. 240 vlg. Verzachting van medeklinkers in Vulgaarlatijn en Italiaansch, bl. 240 vlg. Syncope van medeklinkers in Italiaansch en Fransch bl. 242. Overgang van harde tot zachte spii-anten in het Germaansch volgens de wet van Verner, bl. 242—244; grammatische wisseling, bl. 244—247.

§ 8. Taalverandering naar Analogie . . . . bl. 247. Taalverandering naar analogie een zuiver psychisch verschijnsel, bl. 247—249. De wijzen waarop de analogie werkt, bl. 249—251; op woordparen van synoniemen of tegenstellingen, bl. ?51 vlg ; op woordgroepen b.v. van substantieven op ad jectieven en omgekeerd, bl. 252; bij de voornaamwoorden, bl. 252—254; bij de telwoorden, bl. 254—256 ; in de vervoeging ; bij de persoonsvormen van denzelfden tijd, bl. 256—259; bij denzelfden persoonsvorm van verschillende tijden, bl. 259 vlg.; bij alle vormen van hetzelfde werkwoord, bl. 260. vlg.; van het eene vervoegingstype op het andere, bl. 261 vlg. ; bij de deelwoorden, bl. 262 vlg.; bij de verbuiging der substantieven in het Fransch, bl. 263 vlg. en in het Germaansch, bl. 261— 266 ; bij de verbuiging der adjectieven, bl. 266—268; bij de balmwrihi- ot possessieve samenstellingen, bl. 268 272, o.a. schijnbare deelwoorden, bl. 270 vlg. en den Kymrischen gradus aequalis, bl. 271 vlg.; bij verschillende sultixen, bl 272— 274; bij de geslachten; beteekenis van het grammatisch geslacht, bl. 274 vlg.; onzijdige dier- en persoonsnamen, bl. 275 vlg.; invloed van woordparen op elkanders geslacht, bl. 276 en van groepen met bepaalde uitgangen, bl. 276—278 ; boom-

Sluiten