Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderscheidt. Ongerond is b.v. de nauwe laaggutturale a van ratf maar gerond de nauwe laagguturale o van rot. Ongerond is de nauwe middelpalatale e van leen en gerond de nauwe middelpalatale eu van leun.

Verandert de spraakweg van stand gedurende het uitstooten van eenen enkelen door trilling der stembanden in golving gebrachten luchtstroom, dan splitst zich de klinker in tweeën en ontstaat een tweeklank (diphthong), waarvan één der beide deelen meer kracht heeft dan het andere en ook langer dan het andere kan worden aangehouden. Bij onze Nederlandsche tweeklanken heeft steeds het eerste deel het accent, maar de Fransche tweeklanken oi en ui in loi en lui hebben den klemtoon op het tweede deel. Door herhaalde splitsing ontstaan drieklanken (triphthongen).

E\enals het aantal klinkers kan ook het aantal medeklinkers oneindig groot zijn; doch slechts een beperkt gedeelte valt onder het bereik der waarneming; natuurlijk ook weer dat, hetwelk men willekeurig als typisch heeft aangenomen.

Beschouwen wij eerst de eigenlijke medeklinkers, waarvan het verschil berust op de verschillende wijzigingen in den spraakweg, dan merken wij vooreerst op, dat het een groot onderscheid maakt, of de stembanden bij het uitspreken in trillende beweging zijn en dus, zooals bij het uitbrengen der klinkers, een stemgeluid doen ontstaan, dan of de stemspleet geopend is, zoodat er slechts een ademtocht doorheendringt. De medeklinkers van de eerste soort heeten stemhebbende (luidende of zachte), zooals in onze taal o. a. de b, v, d, z, tegenover de p, f, t, s, die stemlooze (klanklooze of harde) genoemd worden. Vervolgens worden de medeklinkers onderscheiden naar den graad der afsluiting van den spraakweg. Wordt een gedeelte van dien weg voor een oogenblik geheel afgesloten of plotseling als met eenen plof geopend, dan ontstaat de klank , dien men slagconsonant of ontploffingsklank (explosiva) noemt, zooals in onze taal o. a. de b, p, d, t, k; is de spraakweg niet afgesloten, maar gedeeltelijk vernauwd, zoodat de luchtstroom er langs schuurt, dan ontstaat de klank, die men schuringsklank (spirans) heet, zooals in onze taal o. a. de v, f, z, s, ch. Van de ontploffingsklanken heeten , in aansluiting aan de oudere spraakkunsten, de stemhebbende ook mediae, de stemlooze ook tenues.

Eindelijk oefent ook de plaats, waar de vernauwing of afsluiting zich voordoet, een belangrijken invloed op het karakter der medeklinkers uit. Daarnaar kunneu wij ze in acht soorten onderscheiden,

Sluiten