Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verreweg de meeste woorden daarentegen bestaan uit eene verbinding van spraakklanken en kunnen dus in hunne bestanddeelen ontleed worden. Men moet zich echter niet voorstellen, dat men dat gemakkelijk met volkomen juistheid kan doen, door ze in eene reeks van opeenvolgende spraakklanken te splitsen , want een woord is niet eenvoudig de som van eenige achter elkaar uitgesproken klanken. Het w eene, u.t de verbinding en den wederkeerigen invloed der klanken gevormde, eenheid. Nemen wij b.v. het woord zak, dan kunnen wij daarvan niet eenvoudig zeggen, dat hot uit de klanken z + a -f k bestaat, want, afgezien hiervan dat de z aan 't begin en de k aan het eind van dat woord eenigszins verschillen van die klanken , wanneer zij in 't midden van een woord gehoord worden, heeft men tusschen e en a en tusschen o en k eene bepaalde reeks van nauwelijks waarneembare overgangsklanken, ontstaan door het voortklinken van het stemgeluid bij het veranderen van den stand der spraakorganen, wanneer men van het uitspreken van den eenen klank tot het uitbrengen van den volgenden overgaat. De g heeft eenen naklank (bij de Eng. phonetici off.jlide genoemd), do k eenen voorklank (Eng. onglide), de a heeft eenen voorklank en eenen naklank ; en onder den invloed daarvan ondervinden die klanken zelf eenige wijziging, die dikwijls onmiskenbaar is, ook al kan men die vooren naklanken op zich zelf juist niet meer waarnemen. Soms echter wordt de overgangsklank inderdaad waarneembaar en ontstaat er een nieuwe klank uit. Dat gebeurt vooral tusschen eene r en een anderen medeklinker, zooals b.v. in werk, dat menigeen min of meer als werrck zal uitspreken. De naklank is daar als zelfstandige tusschenklank

opgetreden, hetgeen men met een woord der Indische taalgeleerden

svarabhakti noemt.

Behalve in het Chineesch, het Thibetaansch en eenige talen van Achter-Indië en elders , die men monosyllabische of isoleerende talen noemt, maakt men in de talen onderscheid tusschen één- en meerlettergrepige woorden, d. i. woorden met ée'nen klinker of tweeklank en meer klinkers of tweeklanken, waarbij men in aanmerking moet nemen , dat de halfklinkers en sonore medeklinkers zoowel vocaal als consonant kunnen zijn en dus eene lettergreep kunnen vormen (silbenbildencl zijn, zeggen do Duitschers), of niet. Zoo klinkt in het Groningsch de n van geevn, waarvóór eene toonlooze eis uitgestooten als klinker, en is dus het woord tweelettergrepig, al zouden wij het in t schrift ook als eenlettergrepig weergeven.

Sluiten