Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

andere de ondergeschikte of preciseerende is. De hoofdvoorstelling, die, zooals bij ons , door den klemtoon kan worden aangewezen, is echter niet de voorstelling van de soort, waarvan het geheel een onderdeel is, maar die, welke de geheele voorstelling maakt tot onderdeel van de soort, welke do ondergeschikte voorstelling aanduidt. Een raadhuis is een onderdeel van de soort huis en wel het onderdeel, dat zich kenmerkt door do raadsvergaderingen , die er gehouden worden.

Huis is dus een soortnaam, d, w. z.: om te kennen te geven, dat men eene voorstelling heeft van een huis, hetwelk men voor zijne oogen ziet, kan men niet volstaan met hot woord huis te noemen. Dat moet men doen door de toevoeging van andere, en wel betrekkingswoorden. Iedere op zich zelf staande voorstelling is de voorstelling van eene soort, nooit van eene zelfstandigheid. Slechts door tal van soortvoorstellingen tot één geheel to verbinden , kan men er in slagen zich zoowat eene voorstelling te vormen van een individu en dat door een woord aanduiden ; maar opmerking verdient het, dat zelfs die woorden (do zoogenoemde eigennamen) alle in den grond enkelvoudige, samengestelde of verminkte soortnamen zijn.

Zijn alle woorden voor voorstellingen soortnamen, dan zou men ze ook alle abstract kunnen noemen. Eigenlijk volgt dat reeds uit het begrip zelf, dat wij aan woord hechten. Het is niet de naam van een voorwerp, maar van de voorstelling, die wij ons van het voorwerp (de soort van voorwerpen) gevormd hebben. Toch maken wij in de taal onderscheid tusschen abstract en concreet. Wij verstaan dan onder concreet die voorstellingen, welke, in den geest aanwezig, maar zonder dat wij er ons van bewust zijn, door eene zinnelijke waarneming als uit het onbewuste te voorschijn geroepen en als juist erkend kunnen worden. Huis noemen wij een woord voor eene concrete voorstelling of kortweg een concreet woord, omdat wij de juistheid onzer voorstelling van de soort „huis" onmiddellijk erkennen na eene zinnelijke waarneming van een der voorwerpen, waaraan wij onze soortvoorstelling ontleend hebben. Evenwel noemen wij ook duivel een concreet woord , al hebben wij van de soort, waartoe hij behoort, ook geen enkel exemplaar met onze zintuigen waargenomen. Dat komt hiervandaan, dat wij ons willekeurig een beeld van hem vormen , dat tot dezelfde soort van voorstellingen behoort als wij van de voorwerpen hebben , die wij met de zinnen kunnen waarnemen, of m. a. w.: wij verbeelden ons hem als iets

Sluiten