Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zetten wij den besproken zin nu eens op deze wijze om: hetbevrus, dat ik me niet verniste // — gaf ik u / voor een halfxsvr, dan vinden wij den klemtoon op dezelfde woorden, omdat de gedachte dezelfde gebleven is, maar nu staat vergiste vóór de pauze en de stem, die na bewijs gedaald is, rijst bij gis (oxytonon) en blijft op die hoogte ook bij het zonder eenigen nadruk uitgesproken 'te. Na de pauze volgt de geaccentueerde lettergreep gaf., waardoor eene eenigszins langere pauze tusschen dit en het voorafgaande woord wordt veroorzaakt. Terstond daalt de stem weer bij ik, maar zij rijst weer eenigszins bij u , omdat daarmee de eerste helft van het tweede zinsdeel eindigt, zonder dat de volzin nog voltooid is. Het slot wordt laag ingezet, maar half uur eischt, als hoofdbegrip van dit onderdeel van den zin, een wat hoogeren toon, zoodat de stem bij half iets rijst, maar uur, ofschoon met nadruk uitgesproken, kan bij ons alleen een lagen toon hebben (barytonon zijn), omdat de zin er mee besluit.

Ofschoon nu uit deze voorbeelden van Nederlandsche zinnen geene gevolgtrekkingen mogen gemaakt worden voor de bijzondere toon wisselingen in andere talen, en bij het eene volk het gevoel voor rythmus of muzikaal accent meer ontwikkeld is, dan bij het andere, zoodat er zelfs volken zijn — meestal minder beschaafde — die half zingende spreken, mag men toch wel voor de taal in het algemeen aannemen, dat het zinsverband niet slechts door woordschikking en verbindingswoorden of verbindingsklanken wordt uitgedrukt, maar ook in niet geringe mate door de dynamische en muzikale accentueering, zonder welke de gedachte dikwijls slechts hoogst onduidelijk of gebrekkig zou kunnen geuit worden.

§ 4. Het persoonlijke en veranderlijke der taal.

Is de taal de hoorbare uiting van de voorstellingen en gedachten des geestes, dan is zij ook even individueel als het geestesleven zelf. Wèl schijnt de mensch met zijnen geest niet buiten bepaalde grenzen te kunnen gaan, en zijn de categorieën, waarin de geest zich beweegt en ontwikkelt, voor zoover men kan nagaan overal en altjjd dezelfde geweest, maar in hetzelfde kader past de meest verschillende stof. Zoo ook is de menscheljjke stem noch in kracht, noch in toonhoogte onbeperkt en kan men ook de grenzen bepalen, welke de krachtigste stem niet kan overschrijden, en het hoogte- en laagteDr. Jan ie Winkel, Geschiedenis der Ntderl. taal, 3

Sluiten