Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grond van het spraakgebruik moet het antwoord zijn: in de taal, die een zeker overwicht over de andere streekspraken heeft, hetzij door de betrekkelijk grootere uitgebreidheid van het gebied, waar zij gesproken wordt, hetzij door den betrekkelijk hoogeren graad der gemiddelde beschaving van hen , die haar spreken. Het eerste maakt haar belangrijker, het tweede rijker en ontwikkelder dan de andere streekspraken en dus geschikter om een wijzigenden invloed op die streekspraken te oefenen of zelfs in haar geheel overgenomen te worden door de bewoners' van andere streken , hetzij naast, hetzij in plaats van hunne eigene streekspraak.

Toch zou haar overwicht daardoor alleen nog niet voldoende verklaard worden. Er moet nog iets anders bijkomen: een uiterlijk gezag, dat haar het overwicht geeft. Dat gezag nu dankt zij vooreerst aan de centrale regeering, wanneer deze, die als centrale regeering slechts ééne taal kon bezigen , haar boven de andere streekspraken heeft gekozen. Zoo werd de kanselarijtaal der zestiende eeuw in Duitschland langzamerhand de Duitsche taal tegenover de andere Duitsche streekspraken , die dialecten bleven.

Grooter gezag echter dan er van de regeering kan uitgaan, ontleent de taal aan het schrift, waardoor zij ook buiten haar spraakgebied wordt verspreid en dus ook te midden van eene anders sprekende bevolking terrein kan winnen , en waardoor zij bovendien eene vastheid, duidelijkheid en regelmaat erlangt, die haar een groot voordeel verschaft boven do wankelbaarheid , onbepaaldheid en logische onregelmatigheid der niet geschreven streekspraken. Dat begrepen in onze eeuw ook de Friezen, toen zij om hunne streekspraak als taal te doen erkennen door wie er slechts een dialect in zagen, met vereende krachten begonnen haar in schrift te brengen en eene Friesche letterkunde te scheppen. Dat zien ook de Vlamingen in, die tegenover do smalende opmerking van vele Walen en Franskiljons, dat hunne streekspraak een dialect is , wjjzen op hunne vroegere litteratuur en ijverig in do weer zijn, door eene nieuwe Vlaamsclio letterkunde hunne streekspraak tot taal te verheffen.

De pogingen der Friezen echter zijn tegenwoordig wel als mislukt te beschouwen, die der Vlamingen evenwel zullen allerwaarschijnlijkst slagen. Waarom? Hot is niet genoeg, dat eene streekspraak geschreven wordt: ook het Overbetuwsch is door Cremer geschreven en nochtans geene taal te noemen. Die schrijftaal moet de gebruikelijke schrijftaal van alle beschaafden worden in de streek, waar zij

Sluiten