Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ais spreektaal heerscht, en de historische en politieke band, waaroor Friesland aan de Nedeïlandsche gewesten verbonden is, maakt dat onmogelijk. De Vlamingen handelen anders en konden ook anders handelen dan do Friezen: hunne streekspraak toch is nauwer dan het Friesch verwant aan de Nederlandsche schrijftaal, en zij stelden er zich dus mee tevreden, die schrijftaal over te nemen, zooals indertijd ook de Groningers en Gellerschen hebben gedaan, en ook vroeger e Friezen zelf deden. Onder den invloed van die schrijftaal nu wiJZIgen zij langzamerhand hunne spreektaal en vormen alzoo naast de streekspraak der minder beschaafde bevolking nog eene tweede aa , ie wij gewoon zijn de beschaafde spreektaal te noemen. Die laatste nu is het, welke wij bedoelen, wanneer wij het woord „taal" gebruiken in tegenstelling tot tongval. Die beschaafde spreektaal is geene abstractie, althans niet meer dan de tongvallen zelf dat zijn, want zij leeft in den mond der beschaafden. Voor de nageslachten van hen, die haar eorst overnamen en gemakkelijk konden overnemen, omdat zij de verwantschap er van met hunne eigene streekspraak gevoelden, wordt zij van zelf de moedertaal; en terwijl zij in den aanvang in het nieuwe terrein, waarover zij zich uitbreidt onwillekeurig nog dialectisch gekleurd bljjft, nadert zij langzamerhand meer en meer tot het type der algemeene beschaafde spreektaal.

Die beschaafde spreektaal nu voldoet aan al de vereischten, welke wij reeds opmerkten, dat eene taal moet bezitten, om tegenover de tongvallen den naam van taal te dragen. Haar gebied toch strekt z.eh ver buiten dat der tongvallen uit. Zij is het voertuig der rijkere voorstellingswereld van de beschaafden en dus zelf rijker en fijner ontwikkeld dan de tongvallen. Zij is de aangewezen regeeringstaal, althans wanneer de regeering naar behooren in handen is van de beschaafden, en zij ontleent een vèr strekkend gezag aan de schrijftaal, onder wier invloed zij gevormd is, en waarop zij zelf omgekeerd ook weer wijzigenden invloed oefent. Met de dialecten is zij meestal min of meer stamverwant, het nauwst met die waaruit de schrijftaal is voortgekomen; en van die dialecten kan zij natuurlijk denzelfden wijzigenden invloed ondervinden, als ook vreemde talen op haar kunnen oefenen: van den eenen kant meer, omdat de beschaafden gewoonljjk hun dialect, althans iets van hun dialect, beter kennen, dan eene vreemde taal; van den anderen kant minder , omdat de vreemde taal meestal beschaafder is dan de dialecten en in den vorm van schrijftaal, dus stelselmatig, is aangeleerd.

Sluiten