Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

natuurdrift: tot eene uiting. Als gewrocht van het redeneerend verstand heeft de schrijftaal dus uit den aard der zaak een ouderwetscher karakter dan de spreektaal.

De schrijftaal is ook in sommige opzichten eenvoudiger dan de spreektaal, en moet dat zijn. Wij merkten reeds op, dat het schrift van den aanvang af uit onbeholpenheid slechts gebrekkig de spraakklanken in al hunne schakeeringen kon weergeven, en dat ook later bleef doen, omdat de overlevering mot haar conservatief karakter er toe leidde; maar niet alleen onbeholpenheid en traditie maken het schrift tot een onvolkomen beeld van de gesproken taal. Zelfs een spellingleeraar, die geheel en al op de hoogte was van alle klankschakeeringen en den overmoed had, zich aan het gezag van iedere overlevering te onttrekken, zou, als hij de macht bezat eene geheel nieuwe spelling in te voeren, door zijn gezond verstand worden vermaand, geene spelling te wenschen, die zoo juist mogelijk de klanken der spreektaal afbeeldde Zulk eene spelling toch zou het lezen en schrijven uiterst moeielijk maken, Het aantal letterteekens zou vooreerst schrikwekkend groot worden, en daar bij ieder individu de uitspraak van verscheiden klanken altijd eenigszins van die zijner spraakgenooten verschilt, zou vervolgens iedereen verscheidene woorden anders moeten spellen dan een ander. Dat zou natuurlijk tot onduidelijkheid aanleiding geven , daar niemand in don regel voor zich zelf schrijft, maar meestal om aan anderen zijne gedachten mee te deelen. De schrijftaal is veel minder individueel dan de spreektaal. Zij is niet bij machte, het individueel karakter der spreektaal weer te geven en moot daartoe dan ook geene vergeefsche pogingen aanwenden, maar moet daarentegen trachten naar zuivere en eenvoudige afbeelding van het algemeene. Zij moet niet zoo zeer klanken trachten af te beelden , als wel klanktypen, die ieder bij het lezen naar zijne eigene individualiteit wijzigt.

Dat heeft dan ook de schrijftaal altijd gedaan. Zij bedient zich bv. van het teeken a voor al de klanken, die als geringe schakeeringen daarvan kunnen worden opgevat: zij schrijft maar, ook al weet zij, dat de uitspraak hier mèr, ginds maor is. Als bij intuïtie heeft de schrijftaal klanktypen aangenomen nog vóo'r de wetenschap der phonetiek heeft uitgemaakt of er zulke typen bestaan en welke het inderdaad zijn. Door opzettelijk allerlei klankschakeeringen te verwaarloozen heeft de schrijftaal een algemeener karakter dan de spreektaal en kan zij zich doon gelden over een veel uitgebreider

Sluiten