Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En heeft zij eenmaal de regels gesteld, dan heeft zij ze gewoonlijk ook vastgesteld, althans voor langen tijd. Breidt nu in de spreektaal het aantal spraakkunstige vormen zich uit, dan zal de schrijftaal daartegenover een even armoedig aanzien krijgen, als zij het door hare klanktypen heeft tegenover de rijke klankschakeering der levende taal; maar neemt in de spreektaal dat aantal vormen af, zooals in de meeste Europeesche talen geschied is, dan handhaaft de sehrijftaal langer den vormenrijkdom van het verleden, ondanks hare aanvankelijke vereenvoudiging. Wel wijzigt zij zich dan weer gaandeweg naar de spreektaal, maar aarzelend, omdat zij bij grootere toenadering te veel moet opofferen wat goed en bruikbaar was. Zelfs tracht zij dikwijls aan de spreektaal haren vormenrijkdom op te dringen , en het hangt van omstandigheden af, of zij daarin min of meer slaagt, maar in elk geval moet ook in dit opzicht wel verschil tusschen spreektaal en schrijftaal blijven heerschen.

Wat van de buigingsvormen geldt, geldt ook van den zinbouw, en nog wel in ruimer mate. Wie schrijft, heeft van zelt langer tijd tot nadenken, dan wie spreekt. Hij kan zich dus van kunstiger zinsverbinding bedienen dan de spreker en samengestelde zinnen bouwen, waarin een spreker, als hij er zich aan waagde, verward zou blijven steken. Hij doet dat bovendien ook liefst om zich beknopt te kunnen uiten, want schrijven eischt meer tijd danspreken en perkament en papier hebben beperkte afmetingen. Met het invoeren van de schrijftaal moest de onderschikking wel hand over hand terrein winnen op do nevenschikking. Niets is meer waar dan de schijnbare paradox, dat men, om in korte woorden zijne meening te kunnen uiten, ruimto van tijd moet hebben, en wie in gesprek is, heeft dat gewoonlijk niet, tenzij het geduld en de wellevendheid zijner toehoorders hem gunstig is. Daarentegen zijn in de schrijftaal „halve woorden" (tenzij ze conventioneel geworden zijn) contrabande. De zinnen moeten afgerond zijn en inwendig duidelijk, want wie toehoort kan navragen, als hem een half woord niet duidelijk is: wie leest heeft den schrijver daartoe niet bij de hand. Er moeten dus in de schrijftaal zinvormen vermeden worden, die men in de spreektaal kan toelaten, evenals er in de spreektaal zinvormen nauwelijks mogelijk zijn, die de schrijftaal tot sieraad strekken. Alleen geijkte ellipsen kunnen in de schrijftaal geduld worden: iedere nieuwe ellips, die zonder schade voor de duidelijkheid in de schrijftaal wordt ingevoerd, stempelt zich van dat oogenblik af aan als conventioneel.

Sluiten