Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hetzelfde geldt van metaphoren en beeldspraak. Alleen dan kan men in do schrijftaal een nieuw beeld gebruiken, als men het behoorlijk uitwerkt, eene nieuwe metaphora , als het zinsverband haar duidelijk toelicht. Wie waant evengoed als in de spreektaal de geijkte beelden klakkeloos te kunnen vervangen door nieuwe, straft zich met den vloek der onverstaanbaarheid. De grillige invallen van het oogenblik, die leven geven aan de spreektaal, moeten eerst den toets van een geslepen oordeel hebben doorstaan, vóór zij in do schrijftaal kunnen worden toegelaten. Om gemeen goed te mogen worden, moeten zij eerst blijken dat waardig te zijn; maar dat zij, als gemeen goed , gevaar loopen de frischheid van het nieuwe te verliezen en langzamerhand kleur- en geurloos te worden, spreekt van zelf.

Gelukkig daarom, dat naast de schrijftaal ook de levende spreektaal blijft heerschen om haar telkens weder met haren frisschen adem aan te blazen en te verjeugdigen. Ware dat niet het geval, dan zou de schrijftaal als de Vernis van Milo een ideaal van goddelijke schoonheid kunnen zijn, waarbij geene aardsehe vrouw te vergelijken is, maar.... een marmeren ideaal, zelf van steen en versteenend door haren aanblik. Maar evenals ieder, die het schoone Venusbeeld ziet, zijn eigen levensgeest moet kunnen inblazen aan dat doode marmer, om er waarlijk van te genieten, zoo moet men ook kunnen doen met de geschreven taal. Al lezende moet men haar onwillekeurig naar de levende taal wijzigen en uit die levende taal aanvullen, wat het schrift niet kon geven: de fijne nuanceering der klanken en het muzikaal accent, dat slechts zelden, en dan nog maar op gebrekkige wijze, in de schrijftaal is uitgedrukt. Wio dat niet behoorlijk kan, moge de kunst van lezen verstaan, voorlezen kan hij evenmin, als van de schoonheid der schrijftaal genieten.

Is de schrijftaal uit den aard der zaak tegenover de spreektaal eene ideëele taal, opzettelijk met kunst en oordeel gevormd en daardoor conservatiever, conventioneeler, algemeener, zij is ook, krachtens den zichtbaren vorm , waarin zij als 't ware gefixeerd is, in staat zich verder dan de spreektaal te verbreiden. Iedere ervaring leert, dat men eene vreemde taal veel gemakkelijker begrijpt, wanneer men haar leest, dan wanneer men haar hoort spreken, want het schrift brengt ons zinnen en woorden evengoed afzonderlijk als in onderling verband over, terwijl zij in het spreken elkaar als een golvende stroom opvolgen, Bovendien prent men zich de klankteekens, als men dio ten minste ook voor zijne eigene taal gebruikt, gemakke-

Sluiten