Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zouden nu misschien ook indrukken, door andere zintuigen dan het gehoor overgebracht, zulke reflexklanken hebben gewekt? Onaannemelijk is het niet. Immers omgekeerd wekken tegenwoordig bjj eenige onzer bijzonder impressionable tijdgenooten allerlei klanken (ook woordklanken) den indruk van kleuren op, die zij in den geest zien, niet als door hallucinatie met het oog; en van deze ervaring leggen zij in hunne geschriften soms een bedroevend getuigenis af, door kleurnamen te bezigen ter benoeming van klanken of woorden en zelfs van de door die woorden aangeduide voorstellingen Terecht een bedroevend getuigenis, omdat hunne geschriften daardoor, voor al wie niet eveneens in kleuren hoort als zij, te eenenrnale onbegrjjpeljjk worden, en zelfs verwarrend voor hunne geestverwanten, die bij bepaalde klanken weer andere kleuren liooren. Dat laatste nu is inderdaad dikwijls het geval, en is er bij de oudste menschen geene standvastiger betrekking geweest tusschen de gezichtsindrukken en do reflexklanken, die er door gewekt werden, daa kan dit verschijnsel weinig taalvormend vermogen gehad hebben ! Dit evenwel mag men veilig aannemen, dat do menschelijke geest eeuwen van ontwikkeling noodig gehad moet hebben, om deindrukken, door de verschillende zintuigen .ontvangen, scherp van elkaar te leeren onderscheiden. In den geest der natuurvolken spiegelt zich die geestestoestand nog eenigermate af en zelfs de talen van meer beschaafde volken bezitten nog verscheidene woorden, die op een vroeger verwarren of verbinden van licht- en klankvoorstellingen wijzen, en waarin wij te onrechte vaak geneigd zijn metaphoren te zien , omdat wij op het beschavingsstandpunt van onzen tijd ons in zulk eenen toestand van verwarring moeielijk meer kunnen indenken, en gewoon zijn geraakt, alleen met bewustheid, bij dichterlijke beeldspraak, kleurnamen op klanken, klanknamen op kleuren over te dragon. Het hooren van kleuren zou dus inderdaad een soort van atavisme unnen wezen en in dat geval eene belangrijke bijdrage om ons den oorspronkelijken geestestoestand der menschen beter te doen begrijpen.

Dat do reflexklanken eenmaal regelmatig bjj de gezichtsindrukken zouden gepast hebben, valt vooralsnog niet te bewijzen. Het schijnt eenigszins aannemelijker, als men bedenkt, dat ieder spreker zijn geluid niet alleen hoort, maar ook kan voelen, wanneer hij zich bewust trasht te worden van de kleine bewegingen, die bij bij het spreken onwillekeurig maakt en maken moet. Ik bedoel daarmee met, wat men gewoonlijk gebaren noemt, maar de spierbewegingen,

Sluiten