Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat wij' te doen hebben met een probleem, voor don psycholoog even gewichtig en even ingewikkeld als voor den physioloog het probleem van den oorsprong van het leven en dus wel in staat, om hem, ondanks do ernstigste zucht tot onderzoek, te verleiden, zijn „ignoramus" door een „ignorabimus" to vervangen.

§ 2. 1 aalwortels en Grondwoorden.

Hetzelfde wat van do geschiedenis der aarde, der maatschappij, der staten , der kunst, enz. geldt, is strikt genomen ook waar voor de geschiedenis der taal: zij begint eerst met hare oudste oorkonden. Voor de aarde zijn dat de geologische aardlagen, voor de maatschappij de door menschenhanden vervaardigde voorwerpen, uit den schoot der aarde weder opgedolven , of de door haar ingerichte woningen in meren en moerassen, in rotsen cf op stovigen bodem. De geschiedenis der staten begint met do oudste wetten, die der kunst met de oudste gebouwen, beelden of afbeeldingen, die ons bewaard gebleven zijn , en met de oudste melodieën en gedichten , die ons uit don aard der zaak niet meer uit de grijze oudheid kunnen tegenklmken, omdat do stem hunner scheppers met deze ten grave daalde, maar die wij toch ook nu weer opnieuw kunnen doen klinken, als wij zo slechts door schrijfteekcns aangeduid bezitten en in staat zijn, die schrjjfteekens juist to vertolken. Zoo bezitten wij ook van de taal van het verleden slechts de oorkonden in schriftvorm , maar met dio oudste oorkonden vangt dan ook de geschiedenis der taal aan : liooger klimt zij strikt genomen niet op.

Toch heeft men , zooals wij reeds zagen, wel pogingen gedaan om langs den weg der redeneoring een stukje voorgeschiedenis der taal to leeren kennen. Het is eeno algemeen menschelijke eigenschap, uit den toestand van het heden dien van hot onmiddellijk verleden to willen opmaken. Uit de steenen of bronzen werktuigen onzer voorouders besluit men tot den toestand hunner voorafgaande beschaving , waarin hunne ontwikkeling hen in staat stelde en hunne behoeften hen dwongen dergelijke werktuigen uit to vinden. Uit do bewaard gebleven helden- en godenliederen bouwt men eene sagenen mythen wereld op als het gewrocht van de scheppende verbeelding der menschen in een voorhistorisch tijdvak. Zoo ook besluit men uit de oudste taalmonumenten, die de taalgeschiedenis openen, tot eenen toestand der taal in den voorhistorischen tijd. Men veronder-

Sluiten